Nieuwe Wet Bestuur en Toezicht bij verenigingen en stichtingen

19 september 2016 | Redactie

Nieuwe Wet Bestuur en Toezicht bij verenigingen en stichtingen

Voor NV´s en BV´s zijn er duidelijke regels voor bestuur en toezicht. Voor stichtingen en verenigingen was dat nog niet het geval.

In juni is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend met regels voor het bestuur en het toezicht bij verenigingen en stichtingen. Verwacht wordt dat de nieuwe wet per 1  januari 2017 van kracht wordt. Tijd om de statuten aan te passen.

In Nederland zijn er talloze kleinere en grotere verenigingen en stichtingen. Sommigen met alleen een “goed doel”. Anderen exploiteren een onderneming en hebben werknemers in dienst. Sommigen hebben bovendien een raad van toezicht en verschillen niet zoveel van NV’s en BV’s, maar regelgeving voor de bestuurders en de toezichthouders was er nauwelijks.

In het kader van ‘governance’ hebben verenigingen en stichtingen al vaak maatregelen getroffen om belangenverstrengeling te voorkomen, om de taken af te bakenen en om zo transparant mogelijk te zijn, maar nu wordt dit wettelijk vastgelegd.

Wat gaat er veranderen?

1. Toezicht

Steeds meer verenigingen en stichtingen kennen een raad van toezicht of een raad van commissarissen. Daarvoor was echter geen wettelijke basis. In de nieuwe wet wordt daarin wel voorzien. De bestaande raden van toezicht mogen blijven bestaan, de nieuwe regels voor commissarissen gaan gelden voor de raden van toezicht.

2. Informatie

Als een vereniging of een stichting een raad van commissarissen heeft ingesteld, moet het bestuur, net als bij BV’s en NV’s, de raad van commissarissen alle informatie verschaffen die nodig is om behoorlijk toezicht te houden. Verder heeft de raad van commissarissen de bevoegdheid om de bestuurders te ontslaan.

3. Bestuur

Er kan ook een zogenoemd monistisch bestuurssyteem worden ingevoerd; de toezichthoudende functie wordt dan uitgevoerd door niet-uitvoerende bestuurders die tezamen met uitvoerende bestuurders deel uitmaken van het bestuur. Op die manier zijn de toezichthouders meer betrokken bij de dagelijkse gang van zaken.

4. Taakvervulling

Bij het vervullen van hun taak moeten bestuurders en toezichthouders zich richten naar het belang van de vereniging of stichting en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Logisch, zou je denken, maar er is nu een wettelijke grondslag.

5. Tegenstrijdig belang

In dat kader is ook bepaald dat er nu een algemeen wettelijk verbod komt tot het meedoen aan overleg en besluitvorming bij een tegenstrijdig belang. Als alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben, dan neemt de raad van commissarissen een besluit. Als de commissarissen ook een tegenstrijdig belang hebben neemt bij een vereniging de algemene vergadering (de ledenvergadering) het besluit. Bij een stichting (zonder commissarissen) neemt het bestuur zelf toch het besluit, maar moeten de overwegingen die tot het besluit hebben geleid goed schriftelijk worden vastgelegd.

6. Aansprakelijkheid bij faillissement

In geval van faillissement van een vereniging of stichting is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort, indien sprake is van ‘kennelijk onbehoorlijke taakvervulling’ én aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Net als bij NV’s en BV’s geldt dat sprake is van onbehoorlijke taakvervulling indien niet is voldaan aan de verplichting dat een behoorlijke boekhouding wordt gevoerd en dat de jaarrekeningen tijdig zijn gepubliceerd.

Dat is nogal een zware consequentie, zeker voor bestuurders (en commissarissen, als die er zijn) van informele verenigingen en stichtingen die niet onderworpen zijn aan de heffing van vennootschapsbelasting. Om te voorkomen dat die aansprakelijkheid vrijwilligers afschrikt om bestuurder of toezichthouder te worden van een vereniging of stichting, worden de regels voor onbezoldigde bestuurders en toezichthouders versoepeld.

7. Interne persoonlijke aansprakelijkheid

Niet alleen individuele bestuurders maar ook toezichthouders kunnen ‘intern’, door het bestuur worden aangesproken als sprake is van onbehoorlijke taakvervulling.

De wet bepaalt nu al dat elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. De Hoge Raad heeft bepaald dat een bestuurder alleen aansprakelijkheid is als sprake is van een ernstig verwijtbaar onbehoorlijke taakvervulling. Die regeling gaat ook gelden voor toezichthouders. Ook buiten faillissement kan de vereniging of de stichting individuele bestuurders of toezichthouders persoonlijk aansprakelijk stellen voor een ernstig verwijtbaar onbehoorlijke taakvervulling.

8. Ontslag van bestuurder van een stichting door de rechter

Een bestuurder of commissaris van een stichting kan niet makkelijk tegen zijn wil worden ontslagen. Alleen als sprake is van onrechtmatig handelen of financieel wanbeheer. In de nieuwe wet kan de bestuurder van een stichting of een commissaris makkelijker door de rechter worden ontslagen: (1) als de bestuurder of commissaris zijn taak heeft verwaarloosd, (2) wegens andere gewichtige redenen, (3) wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurdersschap in redelijkheid niet kan worden gevergd, en (4) wegens het niet nakomen van een bevel van de kort gedingrechter.

Conclusie

De regelgeving voor bestuurders en toezichthouders van vereniging en stichtingen gaat meer en meer lijken op de regelgeving voor bestuurders en toezichthouders van NV’s en BV’s. Het besturen van vereniging en stichtingen wordt daarmee – terecht – steeds minder vrijblijvend. Het is van belang om de structuur, de statuten en het huishoudelijk reglement tijdig te herzien, zodat bestuurders en toezichthouders niet voor onverwachte verrassingen komen te staan.