Home Actueel Archief Vastzitten in huis van bewaring als u zwijgt over uw vermogen!

Vastzitten in huis van bewaring als u zwijgt over uw vermogen!

Archief
12-08-13

U denkt uw schuldeiser te slim af te zijn. Alle vermogensbestanddelen die u bezit, zijn niet traceerbaar en veilig voor ieder vorm van verhaal. Als u de rechtszaak verliest dan laat u de wederpartij achter met een mooi vonnis voor aan de muur. Daarmee wordt een rechtszaak een loterij zonder nieten.  Maar schijn bedriegt. U loopt het risico van lijfsdwang! Een recente uitspraak van de rechtbank Gelderland is hier een mooi voorbeeld van.


Wat was het geval?
 

Het gerechtshof veroordeelt A om aan B een bedrag te betalen van ruim € 75.000,-, alsmede om op straffe van verbeurte van dwangsommen aan B mededeling te doen over zijn vermogenspositie.  Ook in eerste aanleg was A veroordeeld tot betaling aan B.
 

A voldoet niet aan de uitspraak. Hij betaalt niets en geeft ook geen informatie over zijn vermogenspositie. De verbeurde dwangsommen hebben geen effect en de door B ten laste van A gelegde beslagen hebben nauwelijks doel getroffen. Ook een verhaalsonderzoek levert niks op.
 

Vervolgens start B een kort geding. Daarin vordert B een veroordeling van A om de informatie over zijn vermogen alsnog te geven en voor het geval hij dat (wederom) nalaat, dat A in een huis van bewaring wordt opgesloten totdat hij informatie over zijn vermogenspositie prijsgeeft (een zogenaamd verlof om A in gijzeling te doen nemen).
 

De rechter stelt vast dat de dwangsommen niet de beoogde prikkel tot nakoming hebben gehad. Ook de eerdere dreiging van B dat in rechte lijfsdwang zal worden gevorderd, heeft A niet in beweging gebracht. Hiermee komt het middel van lijfsdwang in beeld.
 

Volgens de rechter dient het belang van B om bedoelde informatie te verkrijgen door middel van lijfsdwang te prevaleren boven het belang van A bij het uitblijven van lijfsdwang. De rechter wijst erop dat B op grond van de uitspraak van het gerechtshof een substantiële vordering heeft op A en betaling nagenoeg volledig achterwege is gebleven.
 

De rechter overweegt vervolgens dat het in het algemeen belang is dat een rechterlijke uitspraak wordt nagekomen. Hierbij neemt de rechter in aanmerking dat B niet weersproken heeft dat hij nog steeds werkzaamheden verricht voor zijn bedrijf en dat dit bedrijf kapitaalkrachtig is.
 

Onder deze omstandigheden is het volgens de rechter terecht dat B geen genoegen neemt met de enkele mededeling van A dat hij met zijn werkzaamheden in de praktijk niets verdient en dat hij geen vermogensbestanddelen bezit, naast de aan B bekende – beslagen – activa (twee bankrekeningen en een registergoed), ten aanzien waarvan B onweersproken heeft gesteld dat die beslagen nauwelijks iets hebben opgeleverd.
 

De rechter komt in kort geding tot de slotsom dat de vordering van B wordt toegewezen en bepaalt de termijn gedurende welke A kan worden vastgezet op maximaal 30 dagen. 
 

Uitspraak: Rechtbank Gelderland d.d. 16 juli 2013
Vindplaats: ECLI:NL:RBGEL:2013:1808

Deel dit artikel