Home Actueel Archief Sectorverloning voor nieuwe gevallen per direct afgeschaft

Sectorverloning voor nieuwe gevallen per direct afgeschaft

Archief
29-05-17

Minister Asscher schaft de sectorverloning per direct af. Deze maatregel heeft verstrekkende gevolgen voor de kostprijs van uitzendarbeid.

Met de maatregel hoopt de minister, die nota bene demissionair is, flexibele arbeid duurder te maken en het sluiten van vaste contracten voor werkgevers aantrekkelijker te maken. Dat eerste lukt in elk geval.

Wat waren de regels?

Elke werkgever wordt door de Belastingdienst ingedeeld in een sector. Voor uitzendondernemingen geldt in beginsel sector 52 (Uitzendbedrijven). Indien meer dan 50% van het premieplichtige loon aan één sector kon worden toegewezen, was het mogelijk om (voor een gedeelte) te worden ingedeeld in die vaksector. Dit had een lagere premie, en dus een kostprijsbesparing, tot gevolg.

De afgelopen jaren is het aantal werkgevers dat is ingedeeld in een vaksector in plaats van in sector 52 toegenomen. De veronderstelling was dat deze werkgevers voor de premieheffing vergelijkbaar zijn met andere werkgevers in de vaksector. Deze veronderstelling is – volgens de minister – in de praktijk niet juist gebleken en heeft hem ertoe doen besluiten om de regels op dit punt te wijzigen.

Wat zijn de regels nu?

De mogelijkheid voor uitzendwerkgevers om (gedeeltelijk) te worden ingedeeld in een vaksector is buiten werking gesteld. Dit betekent dat voor deze werkgevers indeling in de uitzendsector (sector 52) verplicht is. De gewijzigde regels gelden voor alle werkgevers die – kort gezegd – kunnen worden aangemerkt als uitzender. Hieronder vallen dus bijvoorbeeld ook de payrollers en detacheerders (indien maar sprake is van werken onder leiding en toezicht van de opdrachtgever – zie het arrest van de Hoge Raad in de Care4Care-zaak).

Voor wie gelden de wijzigingen (niet)?

De wijzigingen gaan direct in en gelden vanaf 25 mei jl. Vooralsnog heeft de wijziging geen invloed op (1) werkgevers die al zijn ingedeeld in een vaksector en (2) werkgevers waarvan de Belastingdienst vóór 25 mei jl. een verzoek heeft ontvangen tot indeling in een vaksector. De minister schrijft in de toelichting van de wijziging dat voor deze groepen geldt dat ‘een mogelijk andere invulling van de mogelijkheid tot indeling in een vaksector nog nader zal worden bezien.’ De minister lijkt erop te zinspelen dat ook voor deze groep werkgevers de regels (binnen afzienbare tijd) zullen wijzigen.

Overigens werd al eerder gecommuniceerd dat de sectorverloning waarschijnlijk per 1 januari 2019 geheel afgeschaft zou worden (dus ook voor alle bestaande gevallen).

Tot dat moment is er in elk geval sprake van een ongelijk speelveld voor uitzenders. Werkgevers die al aan sectorverloning doen, kunnen daarvan gebruik blijven maken, terwijl andere werkgevers die mogelijkheid niet meer hebben (en zich dus geconfronteerd zien met een hogere kostprijs).

De gevolgen

Een afschaffing van de sectorverloning heeft voor uitzendwerkgevers verstrekkende negatieve gevolgen voor de hoogte van de kostprijs. Waar voorheen de premie uit de vaksector kon worden afgedragen, geldt vanaf het moment van afschaffing van de sectorverloning de (hogere) premie die hoort bij sector 52.

Het verschil in de kostprijs voor uitzenders dat overblijft, is met name gelegen in de premie voor de Werkhervattingskas. Die premie is (voor grote en middelgrote werkgevers) afhankelijk van het ziekteverzuim van twee jaar eerder. Het terugdringen van verzuim op dit moment is dan ook noodzakelijk om over een aantal jaren qua kostprijs te kunnen concurreren met andere (uitzend)werkgevers in de markt.

Vragen over de wijzigingen die Asscher heeft doorgevoerd? Of wilt u (andere) mogelijke kostprijsbesparende maatregelen met ons bespreken?

 

Deel dit artikel