Wetgeving in disbalans leidt niet tot een evenwichtige samenwerking tussen franchisenemer en franchisegever

7 februari 2020 | Myrthe Steenhuis

Wetgeving in disbalans leidt niet tot een evenwichtige samenwerking tussen franchisenemer en franchisegever

Zoals u zult weten heeft de Raad van State kort voor kerst haar advies over het concept Wetsvoorstel Franchise aan de staatssecretaris gestuurd. Het is de verwachting dat het wetsvoorstel op korte termijn naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd, dan wordt de – aangepaste – wettekst openbaar alsmede het advies van de Raad van State.

Zoals het er nu naar uit ziet zal de Franchisewet aanzienlijke gevolgen hebben voor de praktijk. Deze gevolgen zien met name op de navolgende zaken:

  • de wet wordt van dwingend recht, wat inhoudt dat hier in een franchiseovereenkomst niet vanaf geweken kan worden;
  • er wordt een nieuw begrip geïntroduceerd: “afgeleide formule“, waardoor de mogelijkheid tot innovatie en de slagkracht van de franchisegever aan banden dreigt te worden gelegd;
  • de zorgplicht van de franchisegever en daarmee tevens diens aansprakelijkheid wordt vergroot;
  • goodwill; de mate waarin dit al dan niet aan een franchisenemer toekomt wordt een punt van discussie;
  • de overgangstermijn op grond waarvan de wet moet worden geïncorporeerd in bestaande franchiseovereenkomsten wordt (te) kort.

In het bovenstaande is in een notendop weergegeven wat naar verwachting in de nieuwe Franchisewet zal zijn opgenomen. Als een en ander volgende week inderdaad openbaar wordt hoort u meer.