Werkgever niet verantwoordelijk voor burn-out

15 november 2018 | Nienke Klazinga

Werkgever niet verantwoordelijk voor burn-out

Een chemisch analiste raakt arbeidsongeschikt, is een tijdje uit de running en gaat vervolgens op arbeidstherapeutische basis weer aan het werk. Maar dan ervaart zij een terugval en uiteindelijk wordt ze volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard. Ze stelt de werkgever aansprakelijk.

De vrouw, die al bijna veertig jaar bij het laboratorium in dienst was, krijgt in 2010 lichamelijke klachten, en wel zo ernstig dat ze tot halverwege 2011 niet kan werken. In mei 2011 gaat ze op arbeidstherapeutische basis weer aan de slag, vier dagen per week, twee uur per dag. Ze houdt het drie maanden vol, krijgt een terugval en wordt voor een half jaar in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen. Wanneer ze een half jaar later uit het ziekenhuis wordt ontslagen, start ze een nabehandelingsprogramma, maar werken voor het laboratorium doet ze niet meer. Ze wordt volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard. Ze stelt de werkgever aansprakelijk voor de (inkomens)schade die zij door haar arbeidsongeschiktheid lijdt. Wanneer de werkgever de aansprakelijkheid afwijst, stapt ze naar de rechter.

De rechter in eerste aanleg wijst haar eisen af, waarna de vrouw in hoger beroep gaat. In hoofdlijnen zijn er twee verwijten, die zich richten op (i) de omstandigheden waaronder de analiste haar werk moest verrichten en (ii) fouten door de bedrijfsarts en de werkgever in het kader van haar re-integratie.

Werkomstandigheden

Haar microscopisch werk was te belastend, volgens de analiste; er moet langdurig en met grote concentratie gewerkt worden en daarnaast vindt het werk plaats op een drukke werkplek. Op zichzelf niet gevaarlijk voor de gezondheid, aldus het Hof. Ze deed het werk al bijna veertig jaar en nooit eerder was gebleken dat het werk tot gezondheidsproblemen had geleid. De analiste zou haar werkgever verschillende keren gevraagd hebben om meer afwisseling in haar werk en geklaagd hebben over een te hoge werkdruk en drukke werkplek, maar ze kan dat niet onderbouwen met gespreksverslagen. Er is wel een verslag uit 2009, een half jaar voor de eerste uitval, waarin staat dat ze ‘gemotiveerd is en met veel voldoening haar werk doet, en de huidige werkplekken goed bevallen’. Er wordt geen melding gemaakt van een (te) hoge werkdruk of structurele overuren. Te hoge werkdruk kan weliswaar ook bestaan zonder dat overuren worden gemaakt, aldus het Hof, maar het niet structureel overwerken is wel een contra-indicatie voor te hoge werkdruk. En daarmee concludeert het Hof dat de analiste onvoldoende onderbouwd heeft dat de werkgever haar heeft blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke werkomstandigheden en in dat kader niet aan haar zorgplicht jegens de analiste zou hebben voldaan.

Fouten bij re-integratie

De analiste meende verder dat de werkgever haar in het kader van de re-integratie te snel weer op heeft laten werken, met als gevolg dat ze langdurig volledig arbeidsongeschikt is geworden. De bedrijfsarts zou een onjuist advies hebben gegeven en de werkgever is daarvoor aansprakelijk, meent de analiste. De bedrijfsarts en de werkgever hadden haar niet moeten toestaan c.q. vragen weer om aan het werk te gaan. Als gevolg van het te vroeg starten met re-integreren, is zij volledig uitgevallen.

Op basis van de periodieke evaluaties van de bedrijfsarts, oordeelt het Hof anders. In april schrijft de bedrijfsarts dat het nog te vroeg is om te re-integreren en adviseert hij partijen om contact met elkaar te blijven houden. Op 23 mei 2011 wordt de arts gebeld door de analiste, die vertelt dat haar leidinggevende heeft gevraagd om twee uur per dag te komen werken om een nieuwe medewerker in te werken. Zij vraagt advies van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft geen bezwaar, waarna de analiste start met dit arbeidstherapeutisch werk.

Uit het plan van aanpak van 26 mei 2011 blijkt dat ze weer vaste werkzaamheden verricht op een rustige werkplek. De analiste heeft dit plan ondertekend en in de evaluatie daarvan van 7 juni 2011 geeft ze aan dat zij het werk als prettig ervaart, mits op een rustige plek en zonder druk. Deze feiten en omstandigheden wijzen niet op een fout aan de zijde van de bedrijfsarts, aldus het Hof. De analiste zegt nog dat ze tot een snelle re-integratie is verleid met een ’lokkertje’’: zij mocht iemand inwerken terwijl dit maar van korte duur was waarna zij vervolgens weer haar eigen werk verrichtte. Maar het Hof meent dat de werkgever niet verweten kan worden dat hij ander werk aan de analiste heeft aangeboden. Ze heeft daar zelf mee ingestemd en ze heeft dit, zoals blijkt uit de evaluatie van 7 juni 2011, als prettig ervaren. Helaas heeft dit niet geleid tot een succesvolle, verdere re-integratie. In plaats daarvan heeft zij een ernstige terugval gekend. Dat die terugval is veroorzaakt doordat de werkgever zijn zorgplicht zou hebben geschonden, is onvoldoende onderbouwd.

Het Hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Meer weten over arbeidsongeschiktheid en aansprakelijkheid? Neem gerust contact met ons op!

Team Arbeidsrecht

Nienke Klazinga