Update: NOW-regeling

31 maart 2020 | Maarten Tanja

Update: NOW-regeling

Vandaag is de inhoud gepubliceerd van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW). Hieronder lichten we de inhoud van de regeling toe, aan de hand van de belangrijkste vragen die aan ons gesteld zijn in de afgelopen twee weken.

Wanneer kom je in aanmerking voor loonkostensubsidie uit hoofde van de NOW?

De loonkostensubsidie wordt verstrekt als een werkgever minimaal 20% omzetverlies verwacht over een periode van 3 maanden, in de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020. Samengevat houdt de regeling in dat de omzetdaling van ten minste 20% zich moet voordoen over een aangesloten periode van drie maanden, waarvan de eerste dag valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. De omzet over die periode van drie maanden wordt vergeleken met 25% van de omzet over 2019, om de omzetdaling te berekenen.

Naar verwachting kan vanaf 6 april 2020 de aanvraag worden ingediend. Deze vrijdag, 3 april, wordt duidelijk of dit daadwerkelijk lukt. UWV voert op dit moment tests uit. UWV streeft ernaar om binnen 2 tot 4 weken een voorschot op de subsidie uit te keren.

De subsidieaanvraag moet uiterlijk 31 mei 2020 zijn ingediend.

Wat is het doel van deze maatregel?

De NOW heeft ten doel om werkgevers, in deze tijden van acute en zware terugval in de omzet, via een subsidie te ondersteunen bij het zoveel mogelijk in dienst houden van hun werknemers. Met deze noodmaatregel krijgen werkgevers de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid om zich hard te maken voor een zo groot mogelijk behoud van werkgelegenheid in Nederland, ook waar het gaat om flexwerkers. De regeling is zo eenvoudig als mogelijk gemaakt, zonder sectorspecifieke afwijkingen. De regeling geldt ook voor uitzendbureaus, detacheerders en payrollondernemingen.

Hoe hoog is de subsidie?

De subsidie wordt als volgt berekend: A x B x 3 x 1,3 x 0,9.

Hierbij staat “A” voor het percentage van de gemiddelde omzetdaling per maand, over de driemaands periode en “B” voor de betrokken loonsom per maand. De factor 1,3 strekt tot compensatie van aanvullende lasten en kosten, zoals werkgeverslasten, pensioenpremie en opbouw van vakantietoeslag.

Een voorbeeld: Een concern bestaat uit 3 vennootschappen: een holding BV 1, een horecaonderneming BV 2 en een uitzendbureau BV 3. De holding heeft geen personeel in dienst, BV 2 had in januari een loonsom van € 100.000 en BV 3 een loonsom van € 600.000. De jaaromzet van BV 2 bedroeg in 2019 3 mio, van BV 3 was dat 15 mio. Het geschatte omzetverlies over de beide BV’s tezamen is over het tijdvak 1 maart tot en met 31 mei 2020 gemiddeld 40% (afgezet tegen de cumulatieve omzet van 2019 (18 mio) gedeeld door 4). BV 2 en BV 3 hebben gezamenlijk recht op de volgende subsidie: 40% * 700.000 * 3 * 1.3 * 0,9 = € 327.600 per maand, dus € 982.800 over de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020.

De subsidie is steeds een tegemoetkoming in de loonkosten over de maanden maart tot en met mei 2020. Dat geldt dus ook als de omzetdaling over een andere periode wordt aangevraagd.

Als een werknemer meer verdient dan een sv-loon van € 9.538,- per maand, telt zijn loon boven dat bedrag niet mee voor de berekening van onderdeel B (de hoogte van de loonsom).

Wat is de omvang van het voorschot?

UWV verstrekt een voorschot voor de subsidie ter hoogte van 80% van het verwachte subsidiebedrag, te betalen in ten hoogste drie termijnen. UWV streeft ernaar om de eerste voorschotten binnen twee tot vier weken na een volledige subsidieaanvraag uit te betalen. De definitieve vaststelling vindt achteraf plaats, waarbij verrekening met het reeds betaalde voorschot plaatsvindt.

Wanneer ontvang ik het voorschot?

Voor UWV geldt een beslistermijn van 13 weken om te bepalen of een werkgever in aanmerking komt voor een voorschot, maar UWV heeft vooralsnog te kennen gegeven te verwachten dat er binnen 2 tot 4 weken na het doen van een aanvraag al een voorschot kan worden uitbetaald.

Hoe wordt de subsidie definitief vastgesteld?

Om de subsidie definitief te laten vaststellen, moet een aanvraag tot subsidievaststelling worden ingediend. Deze aanvraag moet worden ingediend binnen 24 weken na afloop van het tijdvak dat is opgegeven voor de berekening van de omzetdaling. Ook hiervoor zal een online formulier ter beschikking worden gesteld.

Binnen 22 weken na indiening van de definitieve stukken dient UWV te hebben besloten over de definitieve vaststelling van de subsidie.

De definitieve subsidieomvang wordt vastgesteld, op basis van het daadwerkelijke gerealiseerde omzetverlies. Daarnaast vindt een correctie plaats als de loonsommen van 1 maart tot en met 31 mei 2020 lager zijn dan de loonsom in januari 2020 (de refertemaand). Het voorgaande kan betekenen dat de werkgever nog een aanvullend subsidiebedrag ontvangt, bijvoorbeeld als het daadwerkelijke omzetverlies over het aangevraagde tijdvak toch zwaarder was dan het verwachte omzetverlies. Ook kan dit betekenen dat de werkgever een bedrag moet terugbetalen, bijvoorbeeld als het gerealiseerde omzetverlies minder was dan verwacht of als de daadwerkelijke loonsom lager is dan in januari 2020.

Welke werknemers vallen onder de NOW?

De NOW is een subsidie voor loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen in Nederland. Werkenden met een fictieve dienstbetrekking vallen daarmee ook onder de reikwijdte van de NOW, niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde DGA’s niet. De regeling geldt ook voor werknemers met een flexibel contract. Hieronder vallen ook werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsplicht geldt, zoals werknemers met een nulurencontract. Werknemers die niet in Nederland verzekerd zijn (dus geen Nederlands SV-loon hebben), vallen niet onder de regeling.

Hoe wordt het omzetverlies berekend?

De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een  periode van drie aaneengesloten kalendermaanden. De onderneming mag kiezen wanneer deze periode aanvangt: op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. Deze periode van drie aaneengesloten kalendermaanden waarin de (verwachte) omzetdaling zich voordoet, hoeft (dus) niet parallel te lopen met de periode waarover subsidie wordt ontvangen.

De omzet in de meetperiode van drie maanden (de referentie-omzet) wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door 4. Zo wordt het (verwachte) omzetverlies vastgesteld. Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling.

Wordt het omzetverlies per vennootschap bezien, of per concern?

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de verwachte omzetdaling op het niveau van de natuurlijke of rechtspersoon. Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen, geldt de omzetdaling op concernniveau.

De vereiste omzetdaling van ten minste 20% wordt berekend per concern; de subsidieaanvraag vindt echter plaats per loonheffingennummer, waarbij ook de gegevens van het concern verstrekt moeten worden. De verwachte omzetdaling is voor alle loonheffingennummers van een werkgever, dan wel alle groepsonderdelen van een groep gezamenlijk, gelijk.

Wat wordt exact onder ‘omzet’ verstaan?

Het gaat hier om de netto-omzet, conform het jaarrekeningenrecht (art. 2:377 lid 6 BW), gecorrigeerd voor de in de winst-en-verliesrekening verantwoorde wijziging in onderhanden projecten en bepaald op basis van grondslagen en detailtoepassingen die consistent zijn met de grondslagen en detailtoepassingen zoals deze door de werkgever zijn gehanteerd in de laatste voor 1 maart 2020 vastgestelde jaarrekening.

Alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet (zoals: subsidies) worden aangeduid, vallen onder omzet in de zin van de regeling.

Over welke periode moet de omzetdaling worden aangetoond?

Werkgevers kunnen kiezen of ze de (verwachte) omzetdaling gebruiken over de meetperiode van drie maanden, startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. Het moet daarbij steeds over een periode van 3 aaneengesloten maanden gaan. Let op: deze periode moet bij de aanvraag worden gekozen en kan niet meer achteraf worden gewijzigd.

Heb ik een accountantsverklaring nodig om te bewijzen wat mijn omzetdaling was?

In beginsel is een accountantsverklaring vereist bij aanvraag tot subsisidievaststelling, waaruit het daadwerkelijk gerealiseerde omzetverlies blijkt, tenzij het subsidiebedrag onder een nog vast te stellen drempel blijft. Het ministerie streeft ernaar om binnen vier weken bekend te maken waar die grens ligt.

Moet ik aantonen dat het omzetverlies een gevolg is van de coronacrisis?

Nee. De regeling heeft weliswaar ten doel om ondernemers hiervoor te compenseren, maar de subsidie wordt ook verstrekt aan ondernemingen die om andere redenen in slecht weer verkeren. De minister heeft ondernemers wel uitdrukkelijk verzocht geen misbruik van de regeling te maken, omdat het een noodmaatregel betreft die ten doel heeft noodlijdende ondernemingen en hun werknemers in deze crisis te ondersteunen.

Hoe dien je een subsidieaanvraag in?

Een aanvraag kan hopelijk vanaf 6 april a.s. worden ingediend via een formulier op de website van UWV. In de aanvraag moeten in ieder geval de volgende gegevens staan:

  • de verwachte omzetdaling uitgedrukt in hele procenten, afgerond naar boven;
  • in welke aaneengesloten kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli een omzetdaling wordt verwacht;
  • het loonheffingennummer van de rechtspersoon;
  • het rekeningnummer waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt;
  • indien reeds een wtv-aanvraag is ingediend, het dossiernummer van de aanvraag;
  • Indien de werkgever onderdeel is van een groep of meerdere loonheffingennummers heeft, dient de verwachte omzetdaling in percentages voor alle rechtspersonen en vennootschappen binnen de groep of loonheffingennummers gelijk te zijn. Ook dient de periode waarover de omzetdaling verwacht wordt (dus de gekozen periode van drie aaneengesloten maanden, gelijk te zijn.

Hoe lang duurt de maatregel?

De maatregel is in eerste instantie bedoeld voor een periode van drie maanden, maar wordt nadien mogelijk nog verlengd met een tweede periode van drie maanden. Vóór 1 juni 2020 wordt besloten of deze tweede tranche daadwerkelijk beschikbaar komt. In de regeling wordt nu het voorbehoud gemaakt dat er andere (aanvullende) voorwaarden kunnen gelden, om voor subsidie in de tweede tranche in aanmerking te komen.

Wij betalen ons personeel per 4 weken, niet per maand. Hoe gaat UWV daarmee om?

In dit geval moet het loon worden omgerekend naar het loon over een maand, door het 4-weekse loon te verhogen met 8,33%. Het loon over het derde tot en met het vijfde vierwekentijdvak van 2020 wordt als uitgangspunt genomen.

Voor onze onderneming is eerder een aanvraag voor werktijdverkorting ingediend. Wat gebeurt daarmee?

Alle aanvragen die zijn ingediend vóór 17 maart 2020 om 18.45 uur, worden aangemerkt als aanvraag voor de NOW. De onderneming ontvangt van UWV een verzoek om aanvullende informatie. Ondernemingen die eerder een aanvraag indienden voor werktijdverkorting krijgen geen voorrang bij de beoordeling van hun NOW subsidieaanvraag.

Eerder zei Koolmees dat we geen personeel mochten ontslaan op bedrijfseconomische gronden. Wat valt er in de regeling onder dat “bedrijfseconomisch ontslag”?

De minister roept werkgevers op om de loonsom zo veel mogelijk gelijk te houden en (dus) niemand naar huis te sturen. De sanctie voor ontslagen op bedrijfseconomische gronden geldt echter uitsluitend voor verzoeken die gedaan zijn vanaf 18 maart 2020 aan UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op bedrijfseconomische gronden (art. 7:669 lid 3 sub a BW), gedurende het tijdvak waarover subsidie is verleend.

Wat is de sanctie als ik toch personeel ontsla?

Dat ligt eraan. Als vanaf 18 maart 2020 ontslag is of wordt aangevraagd bij UWV  op bedrijfseconomische gronden (de zogenoemde ‘a-grond’) en deze aanvraag niet tijdig is ingetrokken, dan volgt een sanctie. Andere vormen van ‘ontslag’, zoals het niet-verlengen van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, proeftijdontslag of beëindiging met wederzijds goedvinden (de beëindigingsovereenkomst) worden niet bestraft. Wel zal als gevolg hiervan de daadwerkelijke loonsom dalen ten opzichte van het referteloon in januari 2020, waardoor ook de subsidie daalt.

Als toch een werknemer ontslagen wordt op bedrijfseconomische gronden, heeft dat consequenties voor de hoogte van de loonsom waar de subsidie op gebaseerd wordt. Het loon van de ontslagen werknemer wordt allereerst vastgesteld en vervolgens vermeerderd met 50%. Dat hogere bedrag wordt in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke subsidie wordt gebaseerd.

Kan mijn aanvraag voor de NOW ook geweigerd worden?

Ja. De aanvraag wordt geweigerd als:

  • niet of onvoldoende aannemelijk is dat de omzetdaling ‘van de betreffende werkgever’ minimaal 20% zal zijn;
  • het opgegeven rekeningnummer niet klopt;
  • geen loongegevens beschikbaar zijn voor januari 2020 of november 2019.

Welke verplichtingen gelden er na toekenning van NOW?

  • De werkgever is verplicht de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden;
  • De werkgever doet na 18 maart geen verzoek bij UWV voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen in de zin van art. 7:669 lid 3 sub a BW;
  • Subsidie wordt uitsluitend aangewend voor de betaling van loonkosten;
  • De OR of PVT wordt geïnformeerd over de subsidieverlening. Bij het ontbreken hiervan worden de werknemers geïnformeerd;
  • Er wordt een zodanig controleerbare administratie gevoerd dat alle van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan tot 5 jaar na toekenning subsidie;
  • De werkgever doet loonaangifte op de voorgeschreven momenten;
  • Omstandigheden die van belang zijn voor een beslissing tot intrekking, wijziging of vaststelling van de subsidie worden onverwijld gemeld;
  • Indien een loonkostensubsidie Participatiewet is verleend, wordt het college van B&W geïnformeerd over de subsidie voor NOW;
  • Tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie verstrekt werkgever desgevraagd de benodigde informatie voor de subsidie.

Kan de regeling nog wijzigen?

De werking van de regeling wordt – in relatie tot het doel – de komende tijd gemonitord en de uitvoeringspraktijk kan aanleiding geven om de subsidievoorwaarden aan te passen. Bovendien gelden mogelijk andere of aanvullende eisen voor de tweede tranche, als besloten wordt om de subsidie te verlengen na 31 mei 2020.

Wij begrijpen dat niet iedere vraag met deze toelichting nog beantwoord is. Voor een nadere toelichting, het voorbereiden van de aanvraag of het bespreken van de exacte situatie van jouw onderneming zijn de advocaten van ons Team Arbeidsrecht graag beschikbaar. Klik hier voor de mailadressen en telefoonnummers van onze advocaten.

Team Arbeidsrecht
Maarten Tanja