Pas op voor de risico’s van een slapend dienstverband

19 september 2019 | Liselotte Mannaerts

Pas op voor de risico’s van een slapend dienstverband

Vandaag is een belangrijk advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad bekend geworden. Aan de Hoge Raad zijn namelijk vragen gesteld die gaan over de toelaatbaarheid van ‘slapende dienstverbanden’. De advocaat-generaal is van mening dat een werkgever in beginsel verplicht is om op een verzoek van een langdurige arbeidsongeschikte werknemer tot beëindiging van het dienstverband onder betaling van de transitievergoeding in te gaan.

Slapend dienstverband

Van een slapend dienstverband is sprake wanneer een langdurig arbeidsongeschikte werknemer thuis zit en geen loon meer krijgt, maar door de werkgever toch in dienst wordt gehouden. Sinds invoering van de transitievergoeding is een reden om een dienstverband ‘slapend’ te houden dat de werkgever dan geen transitievergoeding verschuldigd is.

In een zaak die zich voordeed bij de rechtbank Limburg moest worden geoordeeld of het ‘slapend’ houden van een dienstverband door de werkgever in strijd was met goed werkgeverschap. Deze vraag heeft de rechtbank Limburg voorgelegd aan de Hoge Raad.

Compensatieregeling transitievergoeding UWV

Een grote rol in beantwoording van de aan de Hoge Raad voorgelegde vraag speelt dat per 1 april 2020 een regeling geldt op basis waarvan een werkgever onder omstandigheden een (na 1 juli 2015) betaalde transitievergoeding aan een langdurige zieke werknemer kan terugvragen bij UWV. Als gevolg van deze regeling wordt een werkgever namelijk niet meer op kosten gejaagd als hij een langdurig zieke werknemer ontslaat, wat in het verleden nog wel het geval was. De werkgever krijgt de betaalde vergoeding ten slotte terug.

Advies advocaat-generaal

Advocaat-generaal De Bock is van mening dat  de eis van ‘goed werkgeverschap’ met zich brengt dat een werkgever een werknemer niet in een ‘slapend dienstverband’ mag houden, met als enige reden om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen. De werkgever heeft met de compensatieregeling van UWV namelijk geen enkel argument meer om de transitievergoeding niet te willen betalen. Met de compensatieregeling geeft de wetgever naar zijn mening bovendien aan dat ‘slapende dienstverbanden’ niet langer gewenst zijn. Dit laat overigens wel de mogelijkheid bestaan het dienstverband om andere redenen in stand te laten, bijvoorbeeld omdat een werkgever re-integratiemogelijkheden wil behouden.

Of de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal gaat volgen moet nog blijken. Wanneer de Hoge Raad uitspraak doet is nog niet bekend.

Voorkom dat u geen gebruik kunt maken van de compensatieregeling van UWV

Als de Hoge Raad oordeelt dat een werkgever inderdaad verplicht is in een dergelijke situatie het dienstverband te beëindigen en door dat niet te doen verwijtbaar handelt, kan de consequentie zijn dat u als werkgever een schadevergoeding verschuldigd bent aan de werknemer. De hoogte van die schadevergoeding is dan, naar verwachting, de hoogte van de verschuldigde transitievergoeding. Omdat een schadevergoeding iets anders is dan een transitievergoeding, kan deze niet teruggevraagd worden bij UWV. U wordt dan dus niet gecompenseerd.

Wilt u dit voorkomen? Neem dan contact met mij op. Wij kunnen een vaststellingsovereenkomst voor u opstellen, een berekening maken van de vergoeding die u maximaal terugkrijgt van UWV, de documenten voor u verzamelen en tegen de tijd dat de regeling in werking treedt een verzoek voor u indienen bij UWV ter compensatie van de betaalde vergoeding.

Liselotte Mannaerts