Indirect bestuurder als contractpartner

8 oktober 2018 | Jan Koekkoek

Indirect bestuurder als contractpartner

Een indirect bestuurder wordt aansprakelijk gesteld voor een onbetaald gebleven factuur. De kantonrechter meent dat de financiële dienstverlener, van wie de aanspraak afkomstig is, niet kan bewijzen dat de bestuurder zijn contractpartner was. Maar in hoger beroep wordt het vonnis vernietigd.

Financieel dienstverlener Instracon werkt onder meer voor Hout Architecten. Enig aandeelhouder en bestuurder van Hout Architecten is het bedrijf Steen, waarvan meneer de B. dan weer de DGA is. In 2010 wordt Hout Architecten failliet verklaard. Een half jaar later stuurt de curator een brief aan De B. waarin hij hem als indirect bestuurder aansprakelijk stelt voor het boedeltekort. Hij vermoedt dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement, omdat niet is voldaan aan de wettelijke plicht om de jaarrekeningen tijdig te deponeren. Overigens doet de curator verder niets met deze aansprakelijkstelling. Het faillissement was inmiddels al opgeheven bij gebrek aan baten.

In mei 2013 brengt Instracon een bedrag van ruim 15.000 euro in rekening bij ‘De B. Architecten’. Drie maanden later ontvangt hij van Steen een betaling van ongeveer de helft van dat bedrag. Ondanks verdere aanmaningen blijft betaling van het restbedrag uit. Drie jaar na het versturen van de factuur neemt Instracon een advocaat in de arm, die een brief stuurt aan De B. ‘Gebleken is dat Steen per 1 januari 2015 is ontbonden, met als reden een gebrek aan bekende baten’, schrijft de advocaat.

Maar volgens de advocaat heeft er ten onrechte geen vereffening plaatsgevonden voordat tot ontbinding werd overgegaan, want Steen zou nog (potentiële) baten bevatten. Er zou dan ook sprake zijn van een onrechtmatige daad. Als De B. had gekozen voor vereffening dan wel het aanvragen van faillissement, dan was er waarschijnlijk wel geld geweest om de schuld aan Instracon te vereffenen. Waarop Instracon een brief terugkrijgt waarin de vordering wordt aangevochten, omdat Instracon broddelwerk geleverd zou hebben bij de belastingaangifte van De B. over 2010.

In eerste aanleg vordert Instracon een bedrag van ruim 10.000 euro van De B., omdat hij onrechtmatig gehandeld zou hebben door Steen te ontbinden, zonder de baten en schulden daarvan te vereffenen. Maar de rechter wijst de vordering af: De B. betwistte dat Instracon een overeenkomst had met Steen. Er zou sprake zijn van een overeenkomst met Hout Architecten. Bovendien zou Instracon de werkzaamheden niet goed hebben uitgevoerd, waardoor een aanslag inkomstenbelasting De B. werd vastgesteld. Instracon bracht daartegenin dat de werkzaamheden voornamelijk te maken hadden met de privézaken van De B., maar dat de factuur op verzoek van De B. op naam van het bedrijf was gesteld. Omdat Instracon niet nader onderbouwt dat Steen de factuur moet betalen, is er geen grondslag voor de vordering, aldus de kantonrechter.

Het Hof oordeelt in hoger beroep anders. Instracon meent dat er geen misverstand kan bestaan over het feit dat Steen haar contractspartner was. Zij wijst erop dat Hout ten tijde van het verrichten van de werkzaamheden) en het versturen van de factuur al lang failliet was. Bovendien was Hout gevestigd op een ander adres dan het factuuradres, het adres van Steen. En Steen heeft een deelbetaling gedaan. Voor het Hof is daarmee vast komen te staan dat Instracon de gefactureerde werkzaamheden in opdracht van De B. als bestuurder van Steen heeft verricht.

Nu Instracon verder onbestreden heeft gesteld dat De B. als (indirect) bestuurder aansprakelijk is voor het feit dat geen vereffening heeft plaatsgevonden alvorens tot ontbinding van Steen is overgegaan, met als gevolg dat er geen uitkering geweest is aan de schuldeisers, is de vordering van Instracon toewijsbaar.

Het Hof vernietigt dan ook het vonnis van de kantonrechter.

Meer weten over heldere afspraken met (indirecte) bestuurders? Neem contact met ons op!

Team Ondernemingsrecht

Jan Koekkoek