Een te dure overname

12 september 2018 | Johan den Hoed

Een te dure overname

Opnieuw kwam cassatieadvocaat Johan den Hoed als overwinnaar uit de bus in een cassatieprocedure. Dit maal ging de zaak om een onterecht betaalde overnamesom en managementvergoeding.

Accountantsgroep WEA neemt per 1 januari 2006 een administratiekantoor over. De overnamesom is gebaseerd op een goodwillvergoeding van 90% van de omzet over het boekjaar dat volgt. Daarnaast betaalt de accountantsgroep twee jaar lang een managementvergoeding aan V., voormalig eigenaar van het administratiekantoor, ter hoogte van 45% over de door hem te maken omzet. Bovendien spreken de partijen af dat als de persoonlijke omzet door V. in het jaar 2006 en/of 2007 lager is dan € 150.000,– per jaar, de overnamesom ook lager zal zijn.

Ze gaan aan de slag in de nieuwe constellatie, maar na een aantal jaar staan partijen voor de rechter. WEA eist terugbetaling van te veel betaalde overnamesom en managementvergoeding en bovendien een vergoeding vanwege misgelopen omzet en onterechte afboekingen. V. zou namelijk onterecht uren hebben opgevoerd, die hij in werkelijkheid helemaal niet gemaakt had. De uren werden ofwel door medewerkers, ofwel helemaal niet gemaakt. Op deze manier verhoogde V. kunstmatig zijn omzet en daarmee dus de overnamesom, aldus WEA.

De rechtbank wijst de vordering af en het hof bekrachtigt het vonnis in hoger beroep. Maar de Hoge Raad vernietigt het arrest. V heeft inderdaad uren van personeel opgevoerd als eigen uren. Het hof had, nu het de hoogte van de schade niet exact kon vaststellen, de omvang van de schade moeten schatten dan wel, ook al was hierom niet verzocht, de zaak moeten verwijzen naar een zogeheten schadestaatprocedure. Van schending van de klachtplicht is naar het oordeel van de Hoge Raad geen sprake.

Over de hoogte van de geëiste vergoeding spreekt de Hoge Raad zich niet uiteraard niet uit.

Team Cassatie

Johan den Hoed

Kern: Verbintenissenrecht. Procesrecht. Overname accountantskantoor; koopprijs en managementvergoeding onjuist vastgesteld als gevolg van malversaties verkoper. Niet-toepasselijkheid klachtplicht (art. 7:23 BW). Vaststelling schadevergoeding indien eiser omvang schade onvoldoende heeft onderbouwd; schatting (art. 6:97 BW) of verwijzing naar schadestaatprocedure (art. 612 Rv).