De Wet Franchise; wat betekent dit voor u?

6 augustus 2020 | Linda Relouw

De Wet Franchise; wat betekent dit voor u?

De Wet Franchise is een feit en dit heeft gevolgen voor de franchise branche. De wet voorziet in spelregels, met het doel een balans te creëren tussen de belangen van enerzijds franchisegevers en anderzijds franchisenemers. Een belangrijk – en na inwerkingtreding wettelijk verankerd – uitgangspunt daarbij is dat franchisegever en franchisenemer zich jegens elkaar moeten gedragen als een ‘goed franchisegever’ en een ‘goed franchisenemer’.

De wet bevat veel nieuwe verplichtingen. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten:

Geplande inwerkingtreding per 1 januari 2021

De Wet Franchise treedt naar verwachting per 1 januari 2021 in werking. Dit betekent dat franchisegevers en franchisenemers zich vanaf deze datum aan deze nieuwe wet moeten houden. Dit houdt in dat nieuwe franchiseovereenkomsten vanaf de inwerkingtredingsdatum in lijn moeten zijn met de Wet Franchise. Voor bestaande franchiseovereenkomsten geldt een overgangsperiode van 2 jaar ten aanzien specifieke onderwerpen. Dit betreft: de goodwill bij einde van de franchiseovereenkomst, het non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste voor wijzigingen in de franchiseformule of het exploiteren van een afgeleide formule.

Verplichtingen gedurende precontractuele fase

Partijen zijn over en weer gehouden om elkaar in de pre-contractuele fase over (minimaal) de wettelijk vastgelegde onderwerpen tijdig te informeren. Op die manier zijn partijen in staat om een goede beoordeling te maken van de vraag of, en onder welke voorwaarden, zij bereid zijn om de samenwerking aan te gaan. In dit verband dient de franchisegever onder meer de volgende informatie aan de aspirant franchisenemer te verschaffen:

  • de franchiseovereenkomst;
  • een overzicht van te betalen vergoedingen;
  • de wijze waarop het overleg tussen franchisegever en franchisenemers is vorm gegeven;
  • informatie over de financiële positie van franchisegever;
  • informatie over de vraag in hoeverre sprake is van concurrentie, al dan niet via een zogenaamde ‘afgeleide formule’ vanuit de franchisegever;
  • NB: een verplichting tot het verschaffen van prognoses bestaat – in lijn met bestendige rechtspraak – (nog steeds) niet. Wel bestaat een verplichting tot het verstrekken van historische financiële vestigingsplaatsgegevens voor zover deze redelijkerwijs beschikbaar zouden moeten zijn;
  • de franchisenemer heeft een onderzoeksplicht om te voorkomen dat hij onder de invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.
  • Stand-still periode: ook nieuw is de stand-still periode van (minimaal) 4 weken. Bij aanvang van deze periode dient alle vereiste informatie aan de franchisenemer ter beschikking te staan (waaronder de franchiseovereenkomst). Gedurende deze periode mag de franchisegever geen franchiseovereenkomst, of daarmee verwante overeenkomst (zoals bijvoorbeeld een huurovereenkomst), met de franchisenemer sluiten. Evenmin mag gedurende deze periode de franchiseovereenkomst ten nadele van de franchisenemer gewijzigd worden en/of mag hij aangezet worden tot investeringen in verband met de aanstaande franchiserelatie zoals bijvoorbeeld aanschaf van apparatuur of onroerend goed.
    Wel mag een geheimhoudingsovereenkomst worden gesloten ten aanzien van de informatie, die de franchisegever, met het oog op het sluiten van een franchiseovereenkomst, aan de beoogd franchisenemer heeft verstrekt. Wij adviseren om dit te verwerken in een intentieovereenkomst waarin tevens afspraken opgenomen kunnen worden over het selectieproces.

De franchiseovereenkomst

Behoudens de pre-contractuele verplichtingen regelt de Wet Franchise ook dat er in de franchiseovereenkomst bepalingen dienen te worden opgenomen omtrent de navolgende onderwerpen:

  • goodwill: de overeenkomst dient te bepalen hoe (de omvang van) eventuele goodwill wordt vastgesteld bij het einde van de franchiseovereenkomst indien de vestiging door franchisegever wordt overgenomen om deze zelf te exploiteren dan wel te laten exploiteren door een nieuwe franchisenemer;
  • post-contractueel non-concurrentiebeding: indien in een franchiseovereenkomst een non-concurrentiebeding is opgenomen, dan geldt dat een dergelijke non-concurrentiebeding na einde overeenkomst gedurende maximaal één jaar geldig is, indien het schriftelijk is overeengekomen en beperkt is tot de goederen en/of diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking had en de geografische reikwijdte niet verder reikt dan het exploitatiegebied gedurende de franchiseovereenkomst;
  • instemmingsrecht: indien de franchisegever de formule wil wijzigen dan wel een zogenaamde ‘afgeleide formule’ wil gaan exploiteren (zonder de franchiseovereenkomst te wijzigen) en deze beslissing – kort gezegd –  financiële gevolgen heeft voor de franchisenemers die het in de franchiseovereenkomst opgenomen drempelbedrag overschrijden, dan is instemming vereist. Partijen dienen in goed overleg te bepalen hoe hoog dit drempelbedrag zal zijn (bijvoorbeeld dat voor financiële gevolgen die een bedrag van EUR X te boven gaan instemming nodig is). Instemming kan worden verkregen van de meerderheid van de franchisenemers of van de betreffende individuele franchisenemer die door het voorgenomen besluit wordt geraakt.

Verplichtingen gedurende franchise relatie

Tijdens de franchiserelatie gelden eveneens een aantal (informatie)verplichtingen voor de franchisegever. Het gaat dan onder meer om de verplichting om:

  • informatie te verstrekken omtrent beslissingen die – kort gezegd – (financiële) gevolgen kunnen hebben voor de franchisenemer;
  • verantwoording af te leggen ten aanzien van de besteding van de door franchisenemer betaalde opslagen en/of financiële bijdragen (anders dan de betaalde franchisefee);
  • minimaal één keer per jaar overleg te hebben met de franchisenemers;
  • commerciële en technische ondersteuning te bieden aan franchisenemers, waarvan inhoud en omvang afhankelijk zijn van de aard van de formule.

Dwingend recht en buitenlandse franchisenemers

De wet bevat dwingend recht voor in Nederland gevestigde franchisenemers, ongeacht het recht dat op de franchiseovereenkomst van toepassing is. Dat betekent dat niet ten nadele van in Nederland gevestigde franchisenemers kan worden afgeweken. Indien sprake is van een in het buitenland gevestigde franchisenemer mag wel worden afgeweken van de wet.

Actie is vereist

De inwerkingtreding van de Wet Franchise betekent niet alleen dat franchiseovereenkomsten inhoudelijk aangepast dienen te worden, maar dat ook kritisch gekeken dient te worden naar de processen en de wijze van informatieverstrekking in uw franchiseorganisatie.

Ons advies:

  • controleer of uw werving- en selectieprocedure voldoet aan de nieuwe wetgeving (denk ook aan de vastlegging!);
  • onderzoek of alle informatie, die in de pre-contractuele fase verschaft moet worden, voorhanden is;
  • sluit een intentieovereenkomst;
  • uw franchiseovereenkomst moet in lijn met de Wet Franchise worden aangepast;
  • bespreek met uw franchisenemers wat een gewenste overleg structuur en welk drempelbedrag (in het kader van het instemmingsrecht) passend is binnen uw franchiseformule;
  • denk na over een goodwillregeling na einde franchise in overleg met uw franchisenemers;
  • controleer of ook het handboek en overige documenten, die samenhangen met de franchise, in lijn zijn met de wet.

Heeft u vragen over deze wet of wilt u van gedachten wisselen over de verdere implementatie van de wet binnen uw organisatie en wat deze wet betekent voor uw franchiseovereenkomst(-en)? Neem dan gerust contact met ons op.

Team Franchise
Linda Relouw