De corona-app: nood breekt wet?

21 april 2020 | Nine Bennink

De corona-app: nood breekt wet?

Het adagium  “nood breekt wet” krijgt in coronatijd betekenis. Er ontstaan verschillende initiatieven en regels worden versoepeld waardoor allerlei processen een kortere doorlooptijd hebben dan onder normale omstandigheden.

Dit dient wat mij betreft niet te gelden voor de invoering van “de corona app” die tijdens de persconferentie op 7 april 2020 is aangekondigd. In het kort: het kabinet overweegt apps in te zetten waarmee in kaart kan worden gebracht wie contact heeft gehad met een corona patiënt (de tracking app) en een app die gezondheidsgegevens bijhoudt. Deze apps kunnen bijdragen aan de bron- en contactopsporing en zijn onderdeel van de exit strategie van het kabinet.

In het weekend van 18 en 19 april 2020 hebben zeven door het ministerie van VWS geselecteerde softwareontwikkelaars de eerder ingediende voorstellen voor de corona app tijdens de Appathon nader toegelicht. De geluiden vanuit de media en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zijn niet positief. Ook is er een datalek ontdekt in één van de voorstellen waardoor de persoonsgegevens van ruim 200 mensen openbaar zijn geworden. “Een menselijke fout” die zou zijn ontstaan omdat er haast is gemaakt met het presenteren van de eerste code, aldus de overtreder.

Juist bij dit soort apps waarvan de inzet zeer ingrijpend is, dient er géén haast te worden gemaakt. Er dient goed te worden bekeken wat de inzet van deze apps ons oplevert en tegen welke prijs. Experts schreven verschillende ministeries al eerder een brandbrief waarin zij hun juridische en maatschappelijke zorgen uitten.

Fundamentele rechten, zoals het recht op de bescherming van privacy, kunnen niet zomaar opzij worden gezet. Daarbij moeten individuen zelf kunnen beslissen of zij deze apps willen gebruiken, en al dan niet de consequenties aanvaarden die kunnen gaan spelen wanneer zij 24 uur per dag kunnen worden gevolgd. Verder is het gebruik van de apps onomkeerbaar. Niet alleen is het de vraag wat er met de verzamelde data gebeurt na corona – deze data zijn interessant voor partijen die zich bezig houden met de ontwikkeling van algoritmes voor Artificial Intelligence (AI) toepassingen – maar ook dat het invoeren van verdergaande of meer regelmatige surveillances in de vorm van tracking apps gemakkelijker wordt.

De AP houdt de corona apps in haar onderzoeksrapport van 20 april 2020 geen hand boven het hoofd. De bevindingen van de AP zijn duidelijk maar tegelijkertijd betreurenswaardig.

De kaders van de apps zijn onduidelijk,er is te weinig informatie beschikbaar, de noodzakelijkheid van de apps is niet aangetoond en de minimale eisen die de AVG stelt aan verwerking van bijzondere persoonsgegevens zijn niet gewaarborgd.

De conclusie? De bescherming van privacy kan niet op basis van de beschikbare gegevens worden aangetoond.

Wanneer de corona app verschijnt is onzeker. De overheid moet terug naar de tekentafel om de plannen verder uit te werken. De ontwerpen die nu op tafel liggen voldoen niet aan de gestelde eisen.

De coronacrisis komt op een gegeven moment tot een einde. Iedereen zal in meer of mindere mate het dagelijks leven weer oppakken. Wel zorgt deze periode voor een opmerkelijk punt in de geschiedenis waar we in de toekomst verschillend op kunnen terugkijken. Dit geldt ook voor de privacyrechtelijke aspecten van de coronacrisis. Het debat dat nu noodgedwongen gevoerd wordt over de balans tussen de bescherming van privacy en de volksgezondheid is belangrijk en zal bepalend zijn over de toekomstige inzet van dit soort apps in een vergelijkbare situatie.

Onze huidige kijk op bescherming van privacy is afhankelijk van de maatschappij en de technologische ontwikkelingen. Die visie verandert in de toekomst ongetwijfeld. Dat maakt het begrip privacy ook dynamisch.

Als er zich over 100 jaar een nieuwe pandemie voordoet, denk ik alleen niet dat het kabinet beslist over het inzetten van apps, maar  dat de beslissing wordt gemaakt door een AI algoritme dat feilloos in staat zal zijn de kansen en risico’s te berekenen van de inzet van apps. Dat gebeurt op basis van data over de hoeveelheid besmettingen, de verspreiding van de ziekte en het verloop ervan. Op basis van dit soort data kan het AI algoritme inschatten of het inzetten van apps in bepaalde regio’s noodzakelijk en effectief is. Iets dat wij mensen, overspoeld door deze pandemie, maar moeilijk lijken kunnen in te schatten.

Reden genoeg om geen overhaaste beslissingen te maken bij de invoering van de corona app. De crisis dient zo snel mogelijk tot een einde te komen, maar we dienen niet de hoogste prijs te betalen door ons recht op privacy op te geven.

Team ICT & Privacy
Nine Bennink