De aanvang van de driemaandentermijn bij herroeping van een arbitraal vonnis

20 juli 2021 | Jacob-Jan Dijkman

De aanvang van de driemaandentermijn bij herroeping van een arbitraal vonnis

De arbitrageprocedure verloopt in principe hetzelfde als een normale civiele procedure. Het grote verschil met een procedure voor de gewone rechter is dat hoger beroep in een arbitrage normaal gesproken niet tot de mogelijkheden behoort. Als achteraf is gebleken dat er tijdens de arbitrageprocedure sprake is geweest van

  • bedrog door de wederpartij; of
  • valse bescheiden zijn ingebracht; of
  • belangrijke bescheiden zijn achtergehouden,

kan een partij bij het Gerechtshof vorderen dat het arbitrale vonnis wordt herroepen (zie art 1068 Rv). Als een beroep op herroeping slaagt, dan vernietigt het Gerechtshof de arbitrale vonnissen.  Belangrijk is dat de vordering tot herroeping wordt ingesteld binnen drie maanden na bekendheid met een van de drie hiervoor genoemde herroepingsgronden.

Recent liet de Hoge Raad zich uit over wanneer de ‘driemaandentermijn’ om een arbitraal vonnis te herroepen aanvangt.

De kwestie

Het ziekenhuis en een werknemer sluiten een beëindigingsovereenkomst waarin onder meer wordt bepaald dat de werknemer wachtgeld krijgt. Voorwaarde voor het verkrijgen van wachtgeld is dat de werknemer het ziekenhuis wel informatie verschaft over mogelijke nadere inkomsten.

Medio 2011 bleek dat de werknemer naast zijn wachtgeld inkomsten had, maar dit niet aan het ziekenhuis meldde. Het ziekenhuis is hierna een arbitragezaak tegen de werknemer gestart om informatie te krijgen over de inkomsten van de werkgever en vernietiging van de beëindigingsovereenkomst te vorderen. De arbitrageprocedures waren voor het ziekenhuis niet succesvol en omdat hoger beroep tegen de arbitrale vonnissen niet mogelijk is, leek het ziekenhuis met lege handen te staan. Tot 2017.

In 2017 ontving het ziekenhuis het strafdossier van het FIOD tegen de werknemer. Uit dit strafdossier bleek dat de werknemer bedrog en valsheid in geschrifte had gepleegd en ook stukken had achtergehouden. Het ziekenhuis vorderde hierna bij het Gerechtshof vernietiging van het arbitrale vonnis met een beroep op de herroepingsgronden bedrog, valse bescheiden en het achterhouden van belangrijke bescheiden.

Herroeping van het arbitrale vonnis

De werknemer stelt in de herroepingsprocedure bij het Gerechtshof dat het ziekenhuis te laat is met haar beroep op de herroepingsgronden. Volgens de werknemer wist het ziekenhuis in 2012 al dat het FIOD onderzoek deed naar de werknemer vanwege valsheid in geschrifte en bedrog. Het ziekenhuis had daarom al in 2012 een beroep moeten doen op de herroepingsgronden.

Het Gerechtshof gaat niet mee in het verweer van de werknemer en vernietigt de arbitrale vonnissen. Volgens het Gerechtshof ging de ‘driemaandentermijn’ om een beroep te doen op vernietiging pas in 2017 in, toen het ziekenhuis het definitieve strafdossier ontving van het FIOD. Dat het FIOD in 2012 onderzoek deed naar de werknemer was onvoldoende om vast te stellen dat de gronden voor herroeping daadwerkelijk aanwezig waren.

Oordeel Hoge Raad over aanvang driemaandentermijn

In cassatie klaagt de werknemer dat het Gerechtshof onjuist het moment heeft vastgesteld waarop het ziekenhuis met de herroepingsgronden bekend is geworden. Volgens de werknemer was dit namelijk in 2012 en niet in 2017.

De Hoge Raad overweegt als volgt:

“Het ziekenhuis heeft met een beroep op elk van de in art. 1068 lid 1 Rv genoemde herroepingsgronden vernietiging van de arbitrale vonnissen gevorderd.  Bij een dergelijke vordering kan de driemaandentermijn van art. 1068 lid 2 Rv voor elke grond beginnen op hetzelfde moment of juist op uiteenlopende momenten, al naar gelang de omstandigheden van het geval. Het hiervoor in 2.2.2 weergegeven oordeel van het Gerechtshof komt erop neer dat het moment waarop het ziekenhuis met het bedrog en de valsheid in geschrifte bekend is geworden, in dit geval samenvalt met het moment waarop het ziekenhuis het strafdossier in handen heeft gekregen. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Het ziekenhuis had in 2017 dus tijdig een beroep gedaan op de herroepingsgronden van de arbitrale vonnissen, ondanks dat zij in 2012 wist dat het FIOD onderzoek deed naar de werknemer, waardoor de vernietiging van de arbitrale vonnissen door het Gerechtshof in stand bleef.

Wees alert op omstandigheden na arbitrage

In dit geval loopt het goed af: het ziekenhuis is door de vernietiging van de arbitrale vonnissen niet langer gebonden aan een arbitraal vonnis dat berustte op onder meer bedrog en valse stukken.

Belangrijk blijft wel om ook na een arbitraal vonnis alert te zijn op omstandigheden op grond waarvan vermoed kan worden dat de wederpartij bedrog of valsheid in geschrifte heeft gepleegd, of stukken heeft achtergehouden in de arbitrageprocedure. In zo’n geval mag van u verwacht worden dat u binnen redelijke grenzen onderzoek naar dit vermoeden doet en als dit onderzoek ertoe leidt dat uw vermoeden wordt bevestigd, dan zal een vordering tot herroeping binnen drie maanden moeten worden aangebracht bij het Gerechtshof.

Deze driemaandentermijn kan voor elke afzonderlijke herroepingsgrond aanvangen op hetzelfde moment, of juist op uiteenlopende momenten. Dit laatste is het geval als u bijvoorbeeld eerst bekend wordt met bedrog en een jaar later met valsheid in geschrifte, dan gaat de driemaandentermijnen voor herroeping op valsheid in geschrifte een jaar later lopen dan de herroepingstermijn voor voornoemd bedrog. Belangrijk is en blijft in ieder geval tijdig actie te ondernemen.

Vragen?

Köster Advocaten staat regelmatig partijen bij in arbitrageprocedures. Neem gerust contact met mij op.

Team Procesrecht
Jacob-Jan Dijkman