Coronawet aangenomen door de Eerste Kamer

27 oktober 2020 | Raphaël Donkersloot

Coronawet aangenomen door de Eerste Kamer

Vandaag heeft de Eerste Kamer de “Tijdelijke Wet Maatregelen covid-19” (ook wel: de “Coronawet”) met een ruime meerderheid aangenomen. Eerder deze maand kreeg deze wet al de goedkeuring van de Tweede Kamer. Daarmee wordt de Coronawet een feit. In deze blog leggen we in hoofdlijnen uit wat er in de Coronawet staat en waarom de regering deze wet invoert.

Waarom een Coronawet?

Tot nu toe zijn alle coronamaatregelen gebaseerd op zogeheten “noodverordeningen” van de veiligheidsregio’s. Op basis van de Gemeentewet en de Wet veiligheidsregio’s heeft de voorzitter van de veiligheidsregio de exclusieve bevoegdheid om zo’n noodverordening vast te stellen, wanneer sprake is van een “ramp” zoals bedoeld in de Gemeentewet. De verspreiding van het coronavirus valt daar ook onder en dus kan er geregeerd worden op basis van noodverordeningen.

Er is veel kritiek gekomen op de noodverordeningen. Noodverordening zijn namelijk alleen geschikt voor “crisissituaties van beperkte tijd”. Inmiddels is (helaas) duidelijk geworden dat we voorlopig nog niet van het coronavirus af zijn en is dus is niet langer sprake van een crisissituatie van beperkte tijd. Ook kan er in een noodverordening niet afgeweken worden van bepalingen uit de Grondwet (zie ook artikel 176 lid 1 Gemeentewet). De coronamaatregelen uit de noodverordeningen druisen daarentegen wel degelijk in tegen bepalingen uit de Grondwet, zoals de vrijheid van vereniging (artikel 8), de vrijheid van vergadering en betoging (artikel 9) en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (artikel 6). Tot slot is er geen democratische controle bij de totstandkoming van noodverordeningen. De Staten-Generaal (de Tweede en Eerste Kamer) en gemeenteraden hebben in dit verband geen wetgevende en/of controlerende bevoegdheid.

De Coronawet zou de hierboven genoemde bezwaren tegen de noodverordening (in elk geval voor een belangrijk deel) moeten wegnemen.

Wat staat er in de Coronawet?

De Coronawet vormt de juridische basis voor de huidige en toekomstige coronamaatregelen. Zo krijgt bijvoorbeeld de mondkapjesplicht en het verbod op evenementen een wettelijke basis. De Coronawet bevat ook een zogeheten “zorgplicht” voor publieke en besloten plaatsen. Dit betekent dat “degene die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen of het toelaten van personen” de wettelijke verantwoordelijkheid krijgt om deze plaatsen “corona proof” te houden. Denk hierbij aan het treffen van hygiënemaatregelen en aan het beperken van het bezoekersaantal. Deze zorgplicht kan op zowel de eigenaar als de huurder van onroerend goed rusten. In een volgende blog zullen wij nader op deze verplichting ingaan.

Raamwetgeving

De Coronawet is grotendeels een “raamwet” en bevat dus weinig concrete normen. Zo staat er niet letterlijk in dat het dragen van een mondkapje verplicht is. De wet noemt ook niet vanaf hoeveel personen sprake is van illegale “groepsvorming”. Deze onderdelen – en nog vele andere – kan volgens de wet nader worden uitgewerkt in “ministeriële regelingen” die worden vastgesteld door de bevoegde ministers (VWS, JenV en BZK). Ministeriële regelingen kunnen relatief snel tot stand komen, aangezien in beginsel geen goedkeuring van de Staten-Generaal vereist is.

Instemmingsrecht Tweede Kamer

Toch heeft de Tweede Kamer wel degelijk iets te zeggen over de concrete coronamaatregelen. Zo bepaalt de wet dat de Tweede Kamer binnen een week na toezending van de ministeriële regeling (waarin de coronamaatregelen staan) de bevoegdheid heeft om niet in te stemmen met de ministeriële regelingen. De Tweede Kamer krijgt dus een “veto recht” als het op coronamaatregelen aankomt. De coronamaatregelen worden hierdoor een stuk “democratischer” dan de coronamaatregelen uit de noodverordeningen.

Een punt van kritiek is dat de Eerste Kamer ook onder het regime van de Coronawet niets heeft in te brengen tegen de coronamaatregelen van de bevoegde ministers. Dat is jammer, aangezien coronamaatregelen (wel degelijk) grondrechten aantasten, waardoor ook de Eerste Kamer bij het besluitvormingsproces zou moeten worden betrokken. Aan de andere kant zou gesteld kunnen worden dat een extra controle door de Eerste Kamer het besluitvormingsproces (onnodig) zou vertragen, met een ineffectief coronabeleid als gevolg.

Relatief lage coronaboete, geen strafblad

Een ander opvallend punt in de Coronawet betreft de boete voor het overtreden van regels omtrent de “veilige afstand”. De boete hiervoor bedraagt maximaal EUR 95,-. Voor andere overtredingen van de Coronawet (bijvoorbeeld overschrijding van de maximale groepsgrootte) kan een boete van maximaal EUR 435,- of een hechtenis van ten hoogste zeven dagen worden opgelegd. De Coronawet is overigens – net als de noodverordening – niet van toepassing binnen woonruimtes.

Ook maakt de Coronawet klip-en-klaar duidelijk dat een overtreding van deze regels niet leidt tot een strafblad en dat reeds gemaakte aantekeningen onder de noodverordeningen worden vernietigd. Mensen die op basis van de noodverordeningen een “coronaboete” hebben gekregen, krijgen daarmee dus een “schone lei” (voor zover ze niet andere aantekeningen hebben op het strafblad, uiteraard).

Wanneer treedt de wet in werking?

Het is nog niet officieel bekend gemaakt wanneer de Coronawet in werking treedt. Dit wordt in een apart “koninklijk besluit” bekend gemaakt. Volgens de laatste persberichten wordt echter gesproken van 1 december a.s., en mogelijk zelfs eerder. Vanaf dan zijn de coronamaatregelen (eindelijk) voorzien van een wettelijke basis.

Vragen over deze blog? Neem gerust contact op met Raphaël Donkersloot of het team Vastgoed- en Bestuursrecht via de e-mail (donkersloot@kadv.nl) of telefoon (023 51 25 025).