Bij wie berust het retentierecht?

3 december 2018 | Monica van Ruitenbeek-Kossen

Bij wie berust het retentierecht?

Als twee schippers ruzie krijgen over de verkoop van een historisch zeilschip, wil de verkopende partij het schip in kwestie veilen. Maar de kopende partij heeft het schip van de ketting gehaald en verplaatst. Hij weigert het schip terug te geven: de verkoper heeft een schuld bij hem, en hij heeft retentierecht op het schip, zo beweert hij.

De historische koftjalk uit 1910 moet 245.000 euro kosten. Een bedrag dat de kopende schipper niet in een keer kan betalen en daarom komt hij met de verkoper overeen dat hij een deel van de koopsom (180.000 euro) bij de levering van het schip op 17 maart 2017 betaalt. Voor de resterende 65.000 euro gaan koper en verkoper een overeenkomst van geldlening aan, die eindigt op 20 januari 2018. De verkoper krijgt het recht van eerste hypotheek op het schip. In de koopovereenkomst staat bovendien dat de koper vóór de levering in de gelegenheid gesteld om het schip droog te zetten voor keuring van het onderwaterschip, waarbij de keuringskosten voor rekening van de eigenaar zijn. Maar de kosten van eventueel door de expert voorgeschreven herstelwerkzaamheden van of aan het onderwaterschip zijn voor rekening en risico van de verkoper. In geval van onenigheid prevaleert de mening van een verzekeringsexpert boven die van experts van particuliere bureaus, zo staat er in de overeenkomst.

Na de levering laat de koper een aantal reparaties uitvoeren. De kosten bedragen zo’n 14.000 euro; kosten die naar de mening van de koper dor de verkoper betaald moeten worden. In dat verband stuurt de verkoper een brief.

Een aantal maanden voldoet de koper de rente over de lening, maar een dag voordat de lening verloopt, laat hij de verkoper weten dat hij de aflossing van de geldlening per 20 januari 2018 opschort in verband met de gebreken die hij geconstateerd heeft aan het schip en de herstelkosten, die nog door schade-expert vastgesteld moeten worden. De verkoper echter maakt aanspraak op aflossing en wanneer dat niet gebeurt, legt de verkoper beslag. Het schip gaat aan de ketting.

Dan krijgt hij een brief van de koper dat een schade-expert de herstelkosten voor onder andere de spanten onder voorbehoud heeft begroot op € 85.000 exclusief btw en dat de koper gebruik maakt van zijn recht de koopovereenkomst te ontbinden. Via de voorzieningenrechter eist hij op die grond het al betaalde deel van de koopsom (160.000 euro) terug. De voorzieningenrechter wijst de vordering af.

De verkoper wil het schip veilen, maar op de dag van de geplande veilingverkoop laat de koper aan de notaris weten dat er een retentierecht op het zeilschip rust. De deurwaarder constateert dat het schip niet langer op zijn plek ligt: de koper heeft de kettingen en sloten doorgeknipt en het schip is verplaatst.

Retentierecht

Het retentierecht is een bevoegdheid die aan de schuldeiser toekomt om de nakoming van zijn verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten, totdat zijn vordering wordt voldaan. In dit geval houdt de koper de zaak achter totdat de koper zijn (vermeende) vordering betaald heeft gekregen. Voor een geslaagd beroep op een retentierecht is vereist dat in dit geval de koper (a) ten tijde van de uitoefening van het retentierecht de feitelijke macht had over het zeilschip, (b) de koper een opeisbare vordering had op de verkoper en dat (c) een samenhang bestond tussen de vordering en de verplichting van de koper om de zaak weer in de macht van verkoper te brengen.

Volgens de rechter heeft de koper niet duidelijk gemaakt welk standpunt hij ten aanzien van het eigendom van het zeilschip inneemt, zijn betoog hinkt op verschillende gedachten. Aan de ene kant betoogt hij dat hij de eigenaar is en de verkoper de (toekomstige) herstelkosten moet betalen. Maar aan de andere kant betoogt hij dat hij door ontbinding van de koopovereenkomst niet langer eigenaar is van het zeilschip en dat hij zich ten aanzien van de door hem gemaakte herstelkosten kan beroepen op een retentierecht nu hij het zeilschip onder zich heeft.

Voor zover hij meent dat hij zelf eigenaar is van het schip, komt hem géén retentierecht toe. Immers, voor een beroep op een retentierecht is vereist dat het schip van de verkoper is en dat de koper de verplichting heeft om het zeilschip weer in de macht van de verkoper te brengen. Maar als de koper meent dat door de ontbinding van de koopovereenkomst niet hij, maar de verkoper eigenaar is van het schip, komt hem evenmin een beroep op een retentierecht toe. Nog los van de vraag of hij de koopovereenkomst kan ontbinden, wat de verkoper betwist, heeft buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst geen goederenrechtelijke werking. Door ontbinding van een overeenkomst ontstaan slechts ongedaanmakingsverplichtingen over en weer (artikel 6:271 BW) maar voor de feitelijke ongedaanmaking van de koop en de daadwerkelijke eigendomsoverdracht van het zeilschip aan de verkoper, moeten nog aparte rechtshandelingen moeten worden verricht. Dat blijkt ook uit het feit dat de verkoper de zaak als hypotheekhouder zal executeren. De geplande verkoop van het schip vindt plaats op grond van het hypotheekrecht en dus niet omdat de verkoper eigenaar is. Zolang dit niet is gebeurd, blijft de koper eigenaar van het zeilschip en kan hij zich dus niet beroepen op een retentierecht.

Tot slot geldt dat zelfs wanneer zou worden aangenomen dat de verkoper weer eigenaar is geworden van het schip, ook een beroep op een retentierecht niet kan slagen, aldus de voorzieningenrechter. Daarvoor is vereist dat de koper op rechtmatige wijze de feitelijke macht over het schip heeft verkregen, op rechtmatige wijze. Het zeilschip is op verzoek van de hypotheekhouder (de verkoper) door de deurwaarder aan de ketting gelegd in verband met de op handen zijnde executoriale verkoop. De verkoper heeft het schip rechtsgeldig aan de (feitelijke) macht van de koper onttrokken. Die heeft de feitelijke macht onrechtmatig teruggekregen door kettingen en sloten door te knippen. De koper voldoet niet aan het eerste vereiste voor een geslaagd beroep op een retentierecht, aldus de voorzieningenrechter.

De verkopende partij mag op grond van zijn hypotheekrecht tot verkoop van het schip overgaan.

Team insolventierecht

Monica van Ruitenbeek- Kossen