Bestuurder beëindigt vennootschap om te ontkomen aan betalingsverplichtingen

22 oktober 2018 | Matthijs Ariens

Bestuurder beëindigt vennootschap om te ontkomen aan betalingsverplichtingen

Van een kale kip kun je niet plukken, moet O. gedacht hebben toen hij in januari 2015 Detacheringsbureau Esthercom BV in januari 2015 uitschreef uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel ‘wegens het ontbreken van baten’. Maar uiteindelijk moest hij toch betalen.

O. was in dezelfde tijd enig bestuurder van Estercom (zonder h), dat hij in juli 2012 had ingeschreven in het handelsregister. In augustus 2013 was het detacheringsbureau (Esthercom, dus), na onderzoek door Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten, door de rechtbank veroordeeld tot nabetaling aan haar werknemers van € 506.296. Aan de Stichting moest het detacheringsbureau ongeveer € 100.000 schadevergoeding betalen.

Eerste aanleg

Het detacheringsbureau voldeed niet aan dit vonnis. Daarop stapte de Stichting naar de rechter om van de bestuurder van het detacheringbureau en Estercom betaling te krijgen van, onder meer, de nabetaling aan de betrokken werknemers van € 506.296 en de schadevergoeding van € 100.000 die het detacheringsbureau onbetaald had gelaten.

In eerste aanleg ontsprong bestuurder O. de dans. De verweten handelingen betroffen zijn hoedanigheid van bestuurder van het detacheringbureau, en niet die van bestuurder van Estercom. Dat was in de procedure niet goed uit de verf gekomen. Deze fout werd in hoger beroep recht gezet.

Hoger beroep

De Stichting ging tegen de afwijzing in hoger beroep. De Stichting voerde aan dat O. het detacheringsbureau na het vonnis van 21 augustus 2013 heimelijk had ontbonden en was gestopt met het nakomen van de betalingsverplichting uit dat vonnis en niet meewerkte aan het onderzoek, volgend op het vonnis. Hij was, via een controlerapport van een onderzoeksbureau, op de hoogte van de benadeling van zijn werknemers, maar ondernam desondanks geen actie. Bovendien, betoogde de Stichting, schreef O. het detacheringsbureau uit uit het handelsregister ‘wegens gebrek aan baten’, maar gek genoeg bleek uit de jaarstukken 2009, 2011 en 2012 nog een zeer gunstige financiële positie; jaarstukken over 2013 en 2014 werden niet gedeponeerd.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde vast dat O. de activiteiten van het detacheringbureau alleen had beëindigd om te ontkomen aan de nakoming van het vonnis van augustus 2013. Dit had hij geprobeerd onder meer door de uitzendactiviteiten voort te zetten in een andere rechtspersoon (Estercom), waarvan hij ook bestuurder was en door onduidelijkheid te laten bestaan over de ontbinding van het detacheringsbureau en het daarin aanwezige eigen vermogen.

Persoonlijk en ernstig verwijt

O. wist of had in ieder geval redelijkerwijze behoren te begrijpen dat zijn handelswijze als bestuurder van het detacheringsbureau tot gevolg zou hebben dat dat detacheringsbureau zijn verplichtingen niet zou nakomen en dat daar ook geen verhaal kon worden gehaald door benadeelde personen. Dat handelen was zo onzorgvuldig, aldus het Hof, dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kon worden gemaakt. De benadeling kon O. worden toegerekend en O. werd alsnog veroordeeld tot schadevergoeding. Een zuur einde voor O. van een mislukte verhaalstruc.

Team Procesrecht

Matthijs Ariëns