Home Actueel Archief Komt er duidelijkheid? Prejudiciële vragen over hyperlinken naar illegale content

Komt er duidelijkheid? Prejudiciële vragen over hyperlinken naar illegale content

Archief
17-02-15

Al eerder schreven wij over auteursrechtelijke kwesties rondom hyperlinken en embedden (zie “Linken naar illegale content op het internet: eindelijk een beslissing?”).

Het Europese Hof van Justitie heeft afgelopen jaar twee arresten gewezen waarin werd beslist dat hyperlinken of embedden een auteursrechtelijke openbaarmaking kan opleveren, als hiermee een ‘nieuw publiek’ wordt bereikt; dat wil zeggen, een ander publiek dan dat wat de rechthebbende aanvankelijk voor ogen had toen hij toestemming gaf voor de openbaarmaking. Deze arresten leidden echter niet tot duidelijkheid over hyperlinken naar illegale content. De rechthebbende heeft in dat geval immers nooit toestemming gegeven, en heeft ook nooit een publiek voor ogen gehad. Is in dat geval het plaatsen van een hyperlink naar content die een ander zonder toestemming heeft gepubliceerd een zelfstandige auteursrechtelijke openbaarmaking?

Deze vraag zal beantwoord gaan worden door het Europese Hof van Justitie. In een spraakmakende zaak van Nederlandse bodem zijn namelijk prejudiciële vragen gesteld over dit onderwerp. Het gaat om het geschil tussen Geen Stijl en Playboy, naar aanleiding van de uitgelekte naaktfoto’s van Britt Dekker. In oktober 2011 plaatste Geen Stijl een hyperlink naar een website, waar de betreffende foto’s waren opgeslagen. Deze site kon niet via zoekmachines worden gevonden, maar kon alleen worden bereikt door de exacte URL in te tikken. Met de hyperlink werd de beveiliging van de site omzeild, en konden de foto’s worden gedownload.

In de procedure die Sanoma, de uitgever van Playboy, hierop instelde, was één van de discussiepunten of het hyperlinken naar content die niet vrij beschikbaar is (lees: illegaal), een auteursrechtelijke openbaarmaking oplevert. De rechtbank Amsterdam oordeelde van wel. De rechtbank lichtte toe dat een hyperlink in beginsel weliswaar geen zelfstandige openbaarmaking is, maar dat in het onderhavige geval echter sprake was van content die niet vrij beschikbaar was gemaakt. De content was slechts voor een kleine kring van personen beschikbaar, namelijk degenen aan wie de betreffende URL bekend was. Geen Stijl had door de publicatie van de hyperlink de content aan een nieuw publiek beschikbaar gemaakt, namelijk aan alle bezoekers van hun site. Dit kwalificeerde, volgens rechtbank Amsterdam, als openbaarmaking en daarmee als inbreuk op de auteursrechten van Sanoma.

Het Hof Amsterdam kwam tot een andere conclusie. Het Hof hechtte veel belang aan de vraag of de content ‘volmaakt privé’ was gebleven en daarmee onvindbaar en onbereikbaar waren voor het publiek. Omdat Sanoma dit niet kon bewijzen, oordeelde het Hof dat Geen Stijl met hun hyperlink géén nieuw publiek had bereikt, en daarmee geen auteursrechtinbreuk had gemaakt. Wel vond het Hof dat Geen Stijl onrechtmatig jegens Sanoma had gehandeld, omdat Geen Stijl toegang tot de foto’s wel in grote mate had gefaciliteerd en daarmee schade had berokkend. Deze lijn van redenatie heeft veel steun gevonden bij juridische auteurs; een hyperlink is geen zelfstandige auteursrechtelijke openbaarmaking, maar kan onder omstandigheden wel een onrechtmatige daad jegens de auteursrechthebbende zijn.

Partijen waren echter nog niet tevreden en stelden cassatie in. De Advocaat-Generaal heeft in deze zaak aangeraden prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie, alvorens de Hoge Raad zal overgaan tot een beslissing. Kort gezegd komen de vragen erop neer of linken naar illegale content (zoals Geen Stijl heeft gedaan) een auteursrechtelijke openbaarmaking is. De Advocaat-Generaal geeft in zijn conclusie aan dat het namelijk in de lijn van de meest recente jurisprudentie van het Hof van Justitie zeer denkbaar (maar nog niet zeker) is dat dit het geval is. Omdat het Europese auteursrecht geharmoniseerd is, moet de Nederlandse rechter rekening houden met arresten van het Europese Hof. Als die oordeelt dat hyperlinken naar illegale content toch een auteursrechtelijke openbaarmaking is, zal de Hoge Raad de uitspraak van Hof Amsterdam waarschijnlijk moeten vernietigen.

Hoewel het nog even zal duren voordat het Hof van Justitie hier duidelijkheid over zal verschaffen, is een grote stap gezet door deze vraag aan het Hof van Justitie voor te leggen. De belangen zijn immers groot; enerzijds wordt de vrijheid van het internet beperkt als hyperlinken naar illegale content als auteursrechtschending wordt gekwalificeerd, maar anderzijds zal dit de positie van rechthebbenden sterker maken en ook de internetgebruikers aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid. We wachten dus met smart af wat het Hof van Justitie hierover zal oordelen.

 

 

Deel dit artikel