Home Actueel Archief Klein hapje, duur grapje

Klein hapje, duur grapje

Archief
09-06-17

Al zeventien jaar werkt X als verkoop/kassamedewerker bij een bedrijf. Wanneer ze op een dag een hap uit een donut neemt, wordt ze op staande voet ontslagen. Klein hapje, duur grapje.

Om te bepalen of een ontslag op staande voet rechtsgeldig is, doorloopt de rechter een aantal stappen. Hij kijkt allereerst of de reden op zichzelf voldoende is voor ontslag op staande voet, maar de rechter kijkt ook bijvoorbeeld naar de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Het nemen van een hap uit een donut zou op zichzelf voldoende kunnen zijn voor ontslag op staande voet. Immers, ook het eten van een aantal pinda’s uit een zakje dat door passagiers is laten liggen, kan een dringende reden opleveren.

De rechter oordeelde echter in deze zaak dat het ontslag op staande voet geen stand kon houden.

X heeft door het nemen van de hap uit de donut op grove wijze haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, en met name de huisregels van werkgever, geschonden. Al eerder was ze gewaarschuwd: er waren al incidenten geweest waarbij ze de huisregels geschonden had.  Toch vond de rechter het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd, vanwege de persoonlijke en financiële gevolgen van het ontslag op staande voet voor X. Door het ontslag – na een dienstverband van zeventien jaar – zou ze als alleenstaande ouder aangewezen zijn op een bijstandsuitkering.

De werkgever was in deze zaak niet voor één anker gaan liggen maar had ook nog een (voorwaardelijk) ontbindingsverzoek ingediend op grond van verwijtbaar handelen voor het geval het ontslag op staande voet geen stand zou houden.

Het ontbindingsverzoek van werkgever op grond van verwijtbaar handelen door de werknemer wordt door de rechter wél toegewezen. Er is dan wel geen dringende reden, maar er is wel degelijk sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkneemster, volgens de rechter.

X heeft vanwege het ernstig verwijtbaar handelen in beginsel geen recht op een transitievergoeding, maar de kantonrechter maakt gebruik van de mogelijkheid om de transitievergoeding toch gedeeltelijk toe te wijzen ex artikel 7:673 lid 8 BW. Het gaat om een eenmalige fout, in die zin dat de eerdere waarschuwingen niet (geheel) dezelfde schendingen van de huisregels betroffen. Daarbij komt dat sprake is van een langdurig dienstverband van zeventien jaar, dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst gevolgen zal hebben voor de inkomenssituatie van werkneemster als alleenstaande ouder en dat zij gezien haar eenzijdige arbeidsverleden niet gemakkelijk een nieuwe baan zal vinden. Het geheel vervallen van het recht op transitievergoeding is onder die omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dan ook onaanvaardbaar, vindt de rechter. Gedeeltelijke toekenning, te weten 50% van de transitievergoeding, doet wel recht aan de omstandigheden van dit geval.

Deel dit artikel