Home Actueel Archief Een goed advies is goud waard

Een goed advies is goud waard

Archief
11-12-17

Rechtsbijstandsverzekeraar DAS moet een klant een schadevergoeding betalen van € 115.000 euro vanwege een slecht advies. Volgens de rechter heeft DAS verzuimd om alle mogelijke scenario’s met haar klant door te spreken. Ook mocht van de verzekeraar een veel kritischer houding naar de wederpartij worden verwacht.

Een goed advies is goud waard, maar in juridisch Nederland – helaas – geen vanzelfsprekendheid. Een mooi voorbeeld is een recente zaak die speelde bij de rechtbank Rotterdam.

Volgens de bestuurder was de vordering van een crediteur van het bedrijf niet voldaan wegens betalingsonmacht. De rechtbank concludeert echter tot bestuursaansprakelijkheid wegens betalingsonwil.

De rechtbank stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van een (indirect) bestuurder van een vennootschap tegenover een derde een hoge drempel geldt. Die drempel wordt in beginsel gehaald als een bestuurder heeft bewerkstelligd dat het bedrijf zijn verplichtingen niet nakomt. In dat geval is sprake van betalingsonwil.

Van de (indirect) bestuurder mocht volgens de rechtbank worden verwacht dat hij aannemelijk maakt waarom het bedrijf de vordering van de crediteur niet kon betalen. De bestuurder betoogt dat geen sprake is van betalingsonwil, maar van betalingsonmacht. Hierbij wijst de bestuurder onder meer op de omstandigheden dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar kwam door het mislukken van een project, het uitblijven van betalingen en een conflict tussen de aandeelhouders.

Het verweer van de bestuurder dat het bedrijf niet in staat is de vordering van haar crediteur te voldoen, vindt de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat het op de weg van de bestuurder lag om de gestelde precaire financiële situatie van het bedrijf nader te onderbouwen, bijvoorbeeld met stukken uit de boekhouding. Dit was nagelaten. De enkele opmerking dat uit de jaarrekening blijkt dat er geen liquide middelen meer waren en dat het eigen vermogen negatief is, is volgens de rechtbank onvoldoende.

Verder geeft de bestuurder geen antwoorden op relevante vragen die voor de beoordeling van de gestelde betalingsonwil relevant zijn. Hierdoor acht de rechter betalingsonwil onvoldoende betwist. Daarmee komt de betalingsonwil vast te staan. Dit levert een onrechtmatige daad van de bestuurder op jegens de crediteur van het bedrijf.

De bestuurder ‘hangt’ vervolgens voor de volle pond, doordat geen verweer is gevoerd tegen de berekening van de door de crediteur gevorderde schade van circa € 65.000,-.

Beide zaken hebben gemeen dat betrokkenen in de advisering en procesvoering duidelijk steken hebben laten vallen.

Als u twijfelt over een juridisch advies, processtrategie en/of gevoerde verdediging in een procedure aarzel dan niet om contact op te nemen. Een second opinion biedt uitkomst!

 

Deel dit artikel