Home Actueel Archief Doorleveren bij betalingsachterstand?

Doorleveren bij betalingsachterstand?

Archief
18-09-13

Belevering bij franchise gaat vaak aan de hand van de volgende constructie: de franchisenemers geven hun orders door aan de franchisegever en de franchisegever plaatst deze orders bij de leveranciers. De leveranciers leveren de goederen vervolgens rechtstreeks aan de franchisenemers, maar stuurt de factuur naar de franchisegever, die op zijn beurt de franchisenemers factureert. Zo kunnen de franchisenemers doorgaans op krediet inkopen.

 

Maar wat nu als een van de franchisenemers een aanzienlijke achterstand heeft in de betaling van de facturen van de franchisegever? In het huidige economische klimaat een veelvoorkomende situatie.  Mag de franchisegever er dan voor kiezen de leveringen te stoppen totdat betaald wordt? Of zelfs de overeenkomst beëindigen? Of is dat in strijd met de zorgplicht van een franchisegever?

 

In april van dit jaar heeft de rechtbank Midden-Nederland een oordeel gegeven in een zaak waar de franchisegever de franchiseovereenkomst had opgezegd (en in dat verband was gestopt met het beleveren van de franchisenemer) wegens een betalingsachterstand van ruim € 130.000,-. Franchisegever beriep zich op een bepaling in de franchiseovereenkomst, waarin was bepaald dat franchisegever het recht had de overeenkomst onmiddellijk te beëindigen in het geval van niet tijdige betaling van de facturen door franchisenemer, ondanks schriftelijk aanmaning. De franchisegever had op 11 januari 2013 aan zijn leveranciers verzocht de franchisenemer niet langer te beleveren. Op 15 januari 2013 is franchisenemer gesommeerd om de facturen te voldoen. Franchisenemer heeft daar geen gehoor aan gegeven, waarna franchisegever nog een laatste waarschuwing heeft gestuurd om binnen 1 dag te betalen. Zeven dagen later heeft franchisegever de overeenkomst beëindigd.

 

Onterecht, zo oordeelde de rechtbank. De franchisegever had de overeenkomst niet mogen beëindigen en was verplicht om door te leveren. Het langdurig gedogen van de betalingsachterstand maakte dat het gezien de eisen van redelijkheid en billijkheid niet mogelijk was voor de franchisegever een nieuw betalingsbeleid toe te passen op reeds bestaande achterstanden. De franchisenemer mocht er vanuit gaan dat franchisegever hem niet onverkort aan de contractuele betalingstermijn zou houden. Een redelijke uitleg van de overeenkomst brengt met zich mee dat het recht om de overeenkomst op te zeggen hier dan ook niet geldt. Van de franchisegever mocht worden verwacht om in overleg met franchisenemer een concreet plan te maken voor aflossing van de betalingsachterstand.

 

Onder de huidige economische omstandigheden is dit een uitspraak om rekening mee te houden als franchisegever. Wanneer een franchisegever in het de franchiseovereenkomst een bepaling heeft opgenomen die het recht geeft leveringen op te schorten of zelfs de overeenkomst te beëindigen bij betalingsachterstanden, dan zal deze franchisegever eerder kunnen ingrijpen dan een franchisegever die een dergelijke bepaling niet in het contract heeft. Er wordt echter – zo volgt uit de uitspraak – ook gekeken naar feitelijke gedragingen van een franchisegever en door hem opgewekte verwachtingen. Het is derhalve zaak als franchisegever een helder en consequent beleid te voeren bij betalingsachterstanden en franchisenemers te begeleiden in hun financiële situatie.

 

Of het opschorten van leveringen / beëindiging van de overeenkomst is toegestaan in een bepaald geval, zal altijd een belangenafweging blijven op basis van alle omstandigheden van dat geval (de duur van de relatie, de hoogte van de achterstand, het handelen van partijen). Echter, met een goed contract, een consistent betaalbeleid en zorgvuldige advisering van de franchisenemer omtrent financiën,  zullen de mogelijkheden voor de franchisegever aanzienlijk groter zijn ten opzichte van de situatie waarin dit niet het geval is.

Deel dit artikel