Home Actueel Archief Allocatie geen (!) vereiste voor uitzendovereenkomst

Allocatie geen (!) vereiste voor uitzendovereenkomst

Archief
20-04-16

Aan een lang slepende juridische discussie lijkt een einde te komen. Om een rechtsgeldige uitzendovereenkomst te kunnen sluiten, is het  niet noodzakelijk dat de uitzendkracht door de uitzendonderneming wordt geworven en geselecteerd.

Advocaat-Generaal Van Peursem adviseerde  de Hoge Raad  in een vandaag gepubliceerde conclusie, in de belangwekkende Care4Care zaak. In deze procedure vordert pensioenfonds StiPP dat detacheerder Care4Care afdraagt aan het fonds, omdat de onderneming juridisch als uitzendonderneming moet worden aangemerkt. De werknemers zijn dan uitzendkrachten, die verplicht aangesloten zijn bij StiPP. Care4Care betoogt op haar beurt dat daarvan geen sprake is, (onder andere) omdat zij geen allocatiefunctie vervult. Van de Rechtbank kreeg ze gelijk, in hoger beroep won StiPP en het is nu aan de Hoge Raad om de knoop definitief door te hakken. De A-G stelt in zijn uitvoerig onderbouwde conclusie dat de klassieke allocatiefunctie geen vereiste is, om een uitzendovereenkomst te kunnen sluiten. Anders gezegd: de uitzendwerkgever hoeft de werknemer niet te werven óf de dienstverlening te beperken tot “piek en ziek”, om toch een rechtsgeldige uitzendovereenkomst aan te kunnen gaan.

Waarom is dit zo belangrijk? 
De aanstaande uitspraak van de Hoge Raad is van groot belang. Niet alleen voor detacheerders, maar ook voor payrollondernemingen. Als de Hoge Raad het advies van zijn A-G volgt, is daarmee de discussie over payrolling grotendeels beslecht. Payroll kenmerkt zich immers doordat niet de uitlenende werkgever de werknemers werft en selecteert, maar de opdrachtgever. De payroller komt pas daarna in beeld. Op dit moment wordt – kort gezegd – door de hoven Amsterdam en Den Haag aangenomen dat die omstandigheid er niet aan in de weg staat, dat (als aan alle andere eisen wordt voldaan) er een uitzendovereenkomst geldt tussen payroller en werknemer. In het noorden van ons land wordt daar anders over gedacht en wordt sneller een dienstverband met de opdrachtgever aangenomen. Het gaat hier om enkele honderdduizenden arbeidsovereenkomsten op jaarbasis. Het advies van de A-G leidt ertoe dat die kunnen worden gerespecteerd. De Hoge Raad verwacht 23 september hierover uitsluitsel te geven. 

Wat vinden we hiervan? 
Wat ons betreft is het advies van de A-G juridisch volledig juist. Hoewel de wetsgeschiedenis niet in duidelijkheid uitblinkt op dit onderdeel, ontbreekt de eis van “klassieke allocatie” in de wet. Dat brengt niet mee dat de arbeidsovereenkomst tussen inlener en uitzender zonder inhoud (en dus: beperkt tot administratieve uitvoering)  mag zijn. Ook de payroller moet zich als (goed) werkgever gedragen én van allocatie in ruime zin, moet sprake zijn. Maar, daarvoor is niet vereist dat bij aanvang van de overeenkomst, de werknemer ook door die payroller is gevonden. Het werkgeverschap kan ook op andere manieren inhoud krijgen, om juridisch stand te kunnen houden. 

Wilt u deze zaak – en de implicaties voor uw praktijk – nader met ons bespreken? Neemt u dan contact op met Maarten Tanja (06 518 750 13) of Archana Mahabiersing (06 248 570 99 ) van het team Flexibele Arbeidsrelaties.

 

Deel dit artikel