MENU
Wet Werk & Zekerheid 4

Wet Werk & Zekerheid 4

Het arbeidsrecht gaat ingrijpend veranderen. In de eerdere nieuwsbrieven berichtten wij u al over een deel van deze wijzigingen, naar aanleiding van de Wet Werk & Zekerheid. Vandaag komt de verplichte “transitievergoeding” aan de orde.

Hoogte transitievergoeding 
Zodra de arbeidsovereenkomst ten minste twee jaar heeft geduurd, heeft u als werkgever de verplichting om bij het vertrek van de werknemer een vergoeding toe te kennen. Deze transitievergoeding geldt niet alleen bij overeenkomsten voor onbepaalde, maar ook voor bepaalde tijd. De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband. In die zin is zij vergelijkbaar met de huidige kantonrechtersformule. De vergoeding wordt als volgt berekend: 1/6 maandsalaris per zes maanden dienstbetrekking voor de eerste tien jaar en 1/4 maandsalaris per zes maanden dat men langer dan tien jaar in dienst is geweest. In de berekening worden de eerste twee jaar ook meegeteld. De maximale vergoeding bedraagt € 75.000,- bruto, tenzij het jaarsalaris hoger is dan € 75.000,- bruto. In dat geval is de transitievergoeding maximaal één jaarsalaris. Op grond van deze berekeningsmethodiek bouwt een werknemer net als hij vakantiegeld- en dagen opbouwt per half jaar 1/6 maandsalaris aan vergoeding op.

Kosten die de werkgever heeft gemaakt in verband met opleiding of outplacement kunnen in principe van de transitievergoeding worden afgetrokken. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe dit in de praktijk zal uitpakken. Binnen de wet bestaat ook ruimte voor afwijking bij cao, om een sectorale regeling te treffen, in plaats van de wettelijke regeling.

Geen transitievergoeding 
De transitievergoeding moet te allen tijde betaald worden, ook als de bedrijfseconomische omstandigheden van de werkgever slecht zijn. Hierop is een drietal uitzonderingen omschreven:

• de werkgever is in staat van faillissement verklaard;
• aan de werkgever is surseance van betaling verleend;
• op de werkgever is de schuldsaneringsregeling natuurlijke  personen van toepassing. 
 

Wel biedt de wet de mogelijkheid om in geval  van slechte financiële omstandigheden van de werkgever de transitievergoeding in termijnen te betalen. Verder kent de wet een drietal uitzonderingen op grond waarvan de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd is:

• de arbeidsovereenkomst eindigt op het moment dat de werknemer de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
• de werknemer heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
• het einde van het dienstverband is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.
 

Ten aanzien van dit laatste punt geldt dat hier alleen een beroep op kan worden gedaan in zeer ernstige situaties zoals diefstal, het veelvuldig  te laat komen, het schenden van gedragsregels en controlevoorschriften bij ziekte, bedrog, etc. 

Oudere werknemers 
De wetgever heeft gemeend oudere werknemers tegemoet te moeten komen en voor hen geldt dan ook een gunstiger regeling. Voor werknemers van 50 jaar of ouder die een arbeidsovereenkomst van ten minste 10 jaar hebben gehad bij dezelfde werkgever, geldt dat zij recht hebben op een vergoeding  gebaseerd op een 1/2 maandsalaris per zes maanden over de periode dat zij na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar bij de werkgever in dienst zijn.  De wetgever wenst hiermee te voorkomen dat  er op een goedkope manier afscheid wordt genomen van de oudere werknemers.  Ook hier bestaat echter weer een uitzondering op, namelijk voor de zogeheten “kleine werkgevers” met gemiddeld minder dan 25 werknemers. Voor de kleine werkgevers geldt de afwijkende regeling voor oudere werknemers niet.

Afwijken bij cao 
De nieuwe wet biedt de mogelijkheid om bij cao van de regeling betreffende de transitievergoeding af te wijken. Cao partijen kunnen met elkaar overeenkomen dat in plaats van een transitievergoeding een gelijkwaardige voorziening voor de werknemer wordt getroffen. 
Dit kan een voorziening in geld, in natura of een combinatie daarvan zijn. Wat echter onder een “gelijkwaardige voorziening” zal worden verstaan is op dit moment niet duidelijk. De meningen hierover lopen nog uiteen. Deze regeling geldt trouwens uitsluitend indien de cao is gesloten met een vakbond die ten minste twee jaar in het bezit is van volledige rechtsbevoegdheid en die ten doel heeft de belangenbehartiging van haar leden.

Billijke vergoeding 
Naast de transitievergoeding wordt een zogenaamde “billijke vergoeding” geïntroduceerd. Een dergelijke billijke vergoeding kan door de werknemer naast de transitievergoeding worden gevorderd indien de werkgever ernstig verwijtbaar handelt. De billijke vergoeding is, anders gesteld, een sanctie voor de werkgever die zich slecht gedraagt. Hoe deze billijke vergoeding vorm zal worden gegeven is op dit moment niet te zeggen. Duidelijk is wel dat een werknemer van goeden huize moet komen om een dergelijke billijke vergoeding te vorderen. Dit wordt tot nu toe het zogeheten “muizengaatje” genoemd, om aan te duiden dat slechts in uitzonderlijke gevallen de ruimte bestaat voor kantonrechters om een extra vergoeding toe te kennen bovenop de transitievergoeding. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de wetgever om hiermee via een omweg terug te keren naar de huidige kantonrechtersformule.

Workshop
De nieuwe Wet Werk & Zekerheid zal tot grote veranderingen leiden in het arbeidsrecht. Alhoewel de afgelopen jaren al veel wetsvoorstellen de eindstreep niet hebben gehaald, is de verwachting gerechtvaardigd dat dit thans wel het geval is. Temeer nu het Sociaal Akkoord ten grondslag ligt aan dit wetsvoorstel en dit inmiddels door de Tweede Kamer met in achtneming van een aantal amendementen is aangenomen. Het arbeidsrechtteam van Köster Advocaten N.V. geeft op dinsdag 15 april 2014 om 16.00 uur in Haarlem een workshop  over de Wet Werk & Zekerheid. Deze workshop zal in mei nogmaals worden gegeven.  Datum en tijdstip zullen op een later moment bekend worden gemaakt.  De workshop Wet Werk & Zekerheid  kan ook inhouse verzorgd worden. Voor meer informatie hierover of over de Wet Werk & Zekerheid kunt u contact opnemen met Nienke Klazinga (klazinga@kadv.nl) en Myrthe Steenhuis (steenhuis@kadv.nl), en telefonisch op: 023-5125025.