MENU
Rechter legt afwijzing ontruiming huurwoning in begrijpelijke taal uit

Rechter legt afwijzing ontruiming huurwoning in begrijpelijke taal uit

10 januari 2018

Waar uitspraken eerst vaak in voor leken onbegrijpelijke taal werden gepubliceerd, worden ze nu steeds leesbaarder geschreven. Zo ook het vonnis in deze huurzaak waarin een ontruiming werd afgewezen.

Het komt steeds vaker voor dat vonnissen door rechters in begrijpelijke taal worden geschreven. Op die manier is het ook voor mensen zonder juridische achtergrond steeds beter te begrijpen waarom een rechter een bepaalde beslissing heeft genomen. Zo is er bijvoorbeeld al een vonnis in dergelijke ‘klare taal’ verschenen over een hond die overlast veroorzaakte in een flat en die voortaan buiten de woning een muilkorf om moest.  Er is ook een uitspraak in klare taal geweest in een zaak waarin een woningeigenaar een sauna- en welnessbedrijf exploiteerde in zijn eigen woning.

Recent heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een huurzaak in begrijpelijke taal. De zaak draaide om een studio die door de verhuurder (een dame van 78 jaar oud) werd verhuurd aan de huurster (een dame van 76 jaar oud). De studio bevond zich in de achtertuin van de verhuurster. Het boterde niet helemaal tussen de verhuurster en de huurster en op enig moment liep de situatie zo uit de hand, dat de verhuurster ontruiming van de studio vorderde in een kort geding procedure.

Ontruiming huurwoning in kort geding

Uit het vonnis blijkt dat er veel speelde tussen de verhuurster en de huurster. Zo was er wat discussie over het verplaatsen van tuingereedschap en meubilair. Partijen hadden ook onenigheid over een verhoging en splitsing van de huurprijs. Op enig moment heeft de verhuurster zelfs aangifte tegen de huurster gedaan, omdat zij door de huurster in haar hand zou zijn gebeten. Uit de vele voor de verhuurster ingediende verklaringen, van onder anderen buren en haar huisarts, bleek dat de buren ook vervelende ervaringen met de huurster hadden en dat de verhuurster ernstig onder de situatie leed. Daarom wilde de verhuurster ook dat er zo snel mogelijk iets zou gebeuren en vorderde zij ontruiming van de huurwoning in een kort geding.

Kort geding voorlopige voorziening

In een kort geding wordt een voorlopige voorziening getroffen, omdat een bepaalde kwestie spoed heeft. De rechter heeft in zo’n procedure geen mogelijkheid om uitgebreid onderzoek te doen, bijvoorbeeld door het horen van getuigen. De rechter moet er dan ook, zeker als het om iets ernstigs als de ontruiming van een huurwoning gaat, vrij zeker van zijn dat de huurster zich als een slecht huurder heeft gedragen en de huurovereenkomst daarom moet eindigen. Een ontruiming is immers lastig terug te draaien en brengt de nodige toestanden met zich mee. De rechter was er in deze zaak echter niet helemaal zeker van  dat de huurovereenkomst diende te eindigen en heeft de gevorderde ontruiming daarom afgewezen. Dat de buren negatieve ervaringen met de huurster hadden gehad, wilde volgens de rechter nog niet zeggen dat zij een slecht huurder was. Verder stonden de verklaringen van de verhuurster en de huurster recht tegenover elkaar en kon de rechter op basis van de stukken niet bepalen wie er (meer) gelijk had.  Daarvoor is meer bewijs nodig en juist dat is in een kort geding procedure niet mogelijk.  

Vragen over (de beëindiging van) huurovereenkomsten?

Meer weten over (de beëindiging van) huurovereenkomsten of wilt u hulp bij het opstellen van een huurovereenkomst? Neem contact met mij op. 

 

Praktijkgroep Vastgoed- en bestuursrecht
  • C. (Claudia) Janssens