MENU
Einde franchiseovereenkomst is einde samenhangende overeenkomst?

Einde franchiseovereenkomst is einde samenhangende overeenkomst?

14 november 2017

Samenhangende overeenkomsten

Bij de start van een franchiserelatie zal een franchisenemer vaak meerdere overeenkomsten sluiten. Allereerst kan natuurlijk gedacht worden aan de franchiseovereenkomst zelf. Daarnaast valt te denken aan een huurovereenkomst en bijvoorbeeld een overeenkomst voor het gebruik van een kassasysteem of apparatuur.

Omdat een franchisenemer laatstgenoemde overeenkomsten aangaat juist met het oog op de franchiserelatie, heeft hij er belang bij dat de overeenkomsten qua looptijd aan elkaar gelijk zijn, dan wel wordt voorzien in een tussentijdse beëindigingsmogelijkheid. Om die reden wordt bij huurovereenkomsten de duur van de huurrelatie vaak gelijkgesteld aan de franchiseovereenkomst. Partijen staan bij voornoemd punt niet altijd stil als het gaat om ‘samenhangende overeenkomsten’. Juridisch bezien is van een samenhangende overeenkomsten sprake indien er een dusdanige nauwe samenhang tussen de overeenkomsten bestaat dat het tekortschieten van een partij in de ene overeenkomst  kortgezegd ook gevolgen heeft voor de daarmee samenhangende overeenkomst.

Dat partijen niet altijd stilstaan bij de vraag hoe overeenkomsten zich tot elkaar verhouden, blijkt uit onderstaand recente voorbeeld uit de rechtspraak. Voor de franchisenemer pakte een en ander nadelig uit: de franchiserelatie was geëindigd maar hij was desondanks nog steeds gehouden aan de overige verplichtingen die hij was aangegaan met het oog op de franchiserelatie.

De bodychecks

De franchisegever exploiteert een formule onder de naam Fit4You. Zij had een concept ontwikkeld op basis waarvan bodychecks werden aangeboden aan leden van sportscholen en fitnesscentra. De franchisenemer diende hiervoor een cardioscan aan te schaffen. Voor de aankoop van het apparaat heeft de franchisegever een leverancier (Meditronics) en een financier (Grenke) aangezocht en aan haar franchisenemer voorgedragen. Grenke stelde hiervoor een vooraf ingevuld leasecontract aan Meditronics ter beschikking. De leaseovereenkomst kwam tot stand tussen Grenke en de franchisenemer maar het tekenen van het contract verliep via franchisegever.

Op basis van de afspraken in de franchiseovereenkomst, zou franchisegever het maandelijkse leasebedrag van € 150,- aan franchisenemer vergoeden. Per saldo betaalde de franchisegever dus de lease. De franchisegever hield zich echter niet aan deze betalingsafspraak. De franchisenemer meent dat hij daarom ook niet (meer) gehouden is om de leasevergoeding aan Grenke te betalen: volgens hem hangen beide overeenkomsten met elkaar samen én bovendien is hij via de franchisegever de leaseovereenkomst aangegaan. Dit rechtvaardigt volgens de franchisenemer dat hij zijn betaling mag opschorten.

Omdat de leasevergoeding niet meer wordt betaald, ontbindt Grenke  de leaseovereenkomst. Aan de orde is de vraag of de franchisenemer de betaling van de leasetermijnen mocht opschorten.

Het gerechtshof oordeelt dat de franchisenemer alleen de betaling op had mogen schorten indien tussen de overeenkomsten - kort samengevat - een zodanige nauwe feitelijke-economische samenhang bestaat dat de tekortkoming van de franchisegever rechtvaardigt dat de franchisenemer zijn verplichtingen jegens Grenke opschort. Het gerechtshof meent dat deze situatie zich hier niet voordoet, ondanks het feit dat Grenke een vaste relatie had met Meditronics en laatstgenoemde met de franchisegever. Grenke is een partij die losstaat van de franchisegever en zij is niet betrokken  bij het bodycheck-project. De situatie was mogelijk anders geweest indien Grenke meer betrokken was geweest bij het Bodyscan project.

Naar mijn mening zal eerder sprake zijn van de vereist nauwe samenhang, indien binnen één concern van een franchisegever door meerdere vennootschappen met de franchisenemer wordt gecontracteerd (bijvoorbeeld een vastgoed BV en een franchise BV). Dan is de samenhang en betrokkenheid makkelijker aantoonbaar.  

Advies voor de praktijk

De bodycheck casus laat zien dat het van belang is dat partijen contractueel goede afspraken maken over de looptijd van overeenkomsten die in relatie tot elkaar staan. Dit betekent onder meer dat (bij voorkeur) de mogelijkheid dient te bestaan om een samenhangende overeenkomst tussentijds te beëindigen indien de franchiseovereenkomst (onverhoopt) eerder eindigt. De overeenkomsten moeten derhalve op elkaar afgestemd worden. Dit vergt maatwerk.

Wij helpen u graag bij het opstellen en beoordelen van franchiseovereenkomsten en daarmee samenhangende overeenkomsten. Neem hiervoor gerust contact op met ons franchise team.

 

Praktijkgroep Franchiserecht
  • L.M.F. (Linda) Relouw