MENU
Wanneer is sprake van een agentuur?

Wanneer is sprake van een agentuur?

14 juni 2017

Wat is de aard van onze relatie? Dat was  een vraag die de rechtbank Zeeland-West-Brabant moest beantwoorden, toen twee bedrijven onenigheid hadden over (onder meer) het begrip ‘agentuur’.

Voor de rechter die over een dergelijke situatie moet oordelen, is het belangrijk te weten wat zich in de praktijk precies heeft afgespeeld. In dit geval verklaarde de eiser dat hij jarenlang producten had verkocht  van de gedaagde, deels weliswaar op eigen naam, maar bij grotere opdrachten handelde hij als in naam van de gedaagde (als agent) en bracht hij rechtstreeks overeenkomsten tot stand voor de gedaagde. Deze werkwijze is besproken en vastgelegd in een verslag. De gedaagde betaalde de eiser ook provisie over leveringen aan een klant, maar weigerde diezelfde provisie over leveringen aan een andere klant. Dat was voor eiser reden om naar de rechter te stappen en de gedaagde te dwingen tot betaling van provisie omdat volgens eiser sprake was van een agentuurovereenkomst.

Uitgangspunt voor het aannemen van een agentuurovereenkomst is de wettelijke definitie uit artikel 7:428 BW. Er moet sprake zijn van een opdracht door een partij (principaal) aan een handelsagent, van een beloning en van bemiddeling bij overeenkomsten voor rekening van de principaal. De handelsagent is niet ondergeschikt aan de principaal. Is er geen schriftelijke overeenkomst, dan geldt de Haviltex-maatstaf en is het antwoord afhankelijk van wat partijen jegens elkaar verklaard hebben en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en hebben mogen afleiden.

In deze zaak oordeelde de rechter dat wel degelijk sprake was van een agentuur: de samenwerking was niet alleen besproken, maar ook vastgelegd in een verslag en de gedaagde had commissie ontvangen (waaruit blijkt dat afspraken uit dat verslag ook daadwerkelijk in praktijk waren gebracht). Verder bleek uit stukken ter zitting dat de eiser meer overeenkomsten voor de gedaagde probeerde aan te gaan. De gedaagde had volgens de rechter bovendien niet laten blijken dat de verhouding zich slechts beperkte tot ‘accountmanagerschap’.

Onenigheid over de invulling van een zakelijke relatie kan voorkomen worden door afspraken goed vast te leggen.

Heeft u daarbij hulp of advies nodig?

 

Praktijkgroep Contractenrecht
  • L.M.F. (Linda) Relouw